Waarom is die intake zo uitgebreid?

Als je je meldt in mijn coachingspraktijk, start ik met een uitgebreide intake. Waarin lichamelijke euvels ook een flinke plek hebben, ook als je alleen maar voor praktische zaken komt. Vastlopen door vervelende herinneringen. Geen structuur in het leven vinden, omdat je niet weet wat je nou eigenlijk het belangrijkst vindt. Faalangst. Allemaal psyche.

Maar. Als ik in je intake lees dat je stoelgang verstoord is, kan ik daaruit afleiden dat je moeite hebt je ‘uit te drukken’, dat het afbakenen van je eigen ruimte, je territorium een ding voor je is. Heb je vaak blaasontstekingen, dan is jouw territorium niet veilig. Heb je veel last van je darmen, dan is in jouw leven een en ander aan de hand dat voor jou ‘niet te verteren’ is. Ben je vaak hees, of heb je veel klachten rond je keel, dan is je uitspreken, jouw waarheid vertellen voor jou lastig.

Je fysieke euvels, vaak hele kleine dingetjes die je zelf al niet eens meer opvallen, want het is nou eenmaal al zo lang zo, zeggen heel erg veel! En ze zijn als je niet luistert, vaak een voorbode van grotere euvels.

Wanneer ik met mensen werk die al wat verder zijn, bijvoorbeeld in een burnout, valt pas terug kijkend op hoeveel signalen genegeerd zijn.

‘Toen had ik een chronische neusverkoudheid’ (ofwel, iets kwam je je neus uit) ‘Ik had in die periode al heel veel last van mijn rug’ (welke last was te zwaar?) We vinden die kleine euvels vaak vervelend, we nemen een pijnstiller en gaan door.

Maar scan jezelf voor de grap eens even. Wat voor klein euveltje pest jou?

Mensen zijn heerlijk gecompliceerd. We leren tegenwoordig steeds meer over hoe gebeurtenissen fysieke sporen achterlaten in het lichaam. Wanneer je lichaam tegen je spreekt in de vorm van pijntjes en euveltjes die steeds terug keren. Luister dan. Dan hoeft het namelijk geen burnout of ernstiger vorm te krijgen.

Leren, leren, leren!

Ik krijg van ouders van leerlingen nog wel eens het volgende berichtje:

‘Junior heeft het heel erg druk met school, examens, moet leren, dus hij/zij kan niet naar muziekles komen.’

Leren. Hoe zit dat eigenlijk?

Als je iets gaat leren, wil je dat nieuwe informatie vanuit de buitenste, bewuste laag van je hersenen, doorstroomt naar de volgende laag, waar de zaken liggen opgeslagen die je wat langer wilt bewaren.

Herinneringen liggen op meerdere plekken in de hersenen opgeslagen. Als je het handig aanpakt, zet je al die plekjes in om zo snel mogelijk je informatie in je geheugen te zetten. Je gebruikt je neocortex voor de kennis, de droge stof. Je hippocampus voor de context (topografie leren gaat veel makkelijker als je al eens een ritje naar zo’n stad gemaakt hebt). Je amygdala voor het emotionele gedeelte (toen ik aan het conservatorium studeerde, onthield ik elk mooi muziekstuk, omdat het me raakte). Het striatum is voor het bewegingsgeheugen. (een liedje waar je op de basisschool een dansje op geleerd hebt, zul je helemaal nooit meer vergeten).

Hoe vollediger je leert, op vrije scholen omschrijven ze het mooi: ‘met hoofd, hart en handen’, hoe makkelijker je de informatie opzuigt.

Helaas is ons schoolsysteem – op de vrije- en alternatievere scholen na – daar helaas niet op gebouwd. We willen prestaties, meetbare prestaties. Ik kom in mijn praktijk regelmatig (laat dat even op je inwerken) pubers tegen die serieuze burnoutklachten hebben.

Met een vol hoofd, waarbij door de omgeving alleen maar nadruk gelegd wordt op het kennisgeheugen, kun je nauwelijks nieuwe informatie opnemen. Laat staan ruimte overhouden voor echt belangrijke zaken, zoals gezonde grenzen leren voelen tussen jou en je omgeving. Je veilig en vrij voelen in het nemen van je eigen ruimte in het leven. Duidelijk leren voelen wat überhaupt je wensen in het leven zijn. En je vrij voelen in het uiten en najagen van die wensen.

In mijn beleving is dat kindermishandeling. We overschrijden chronisch de grenzen van onze kinderen, op een leeftijd waarop ze zelf nog niet bij machte zijn daar invloed op uit te oefenen. De jeugdzorg kan de aanvragen al een hele tijd niet aan. Want wat hebben we gedaan na de coronaperikelen? Niks. De doelen moeten gehaald worden, een jaar overdoen is falen. En over de hoeveelheid faalangstige kinderen en jongeren in mijn praktijk wil ik eigenlijk niet eens schrijven, want het is eerder regel dan uitzondering.

Waar zijn we ook alweer mee bezig? Wat willen we eigenlijk voor onze kinderen? Zijn wij – ouders – zo gedrild in het systeem van presteren en doordouwen tot we ver over onze grenzen zijn dat we niet meer voor onze kinderen op durven komen als het om school gaat? Iedereen kent meerdere mensen die ooit een burnout hadden. Dat vinden we normaal. Opkomen voor onze eigen ruimte en het aangeven van grenzen en wensen vinden we heel lastig en dus eigenlijk abnormaal. In mijn beleving heel gek, maar ja, ik ben dan ook artistiek 🙂

We hoeven er niet mee akkoord te gaan hè? Dat kinderen geen tijd meer overhouden voor lanterfanten, een activiteit die zo ongelofelijk belangrijk is, omdat in die tijd de overweldigende stroom aan prikkels verwerkt en afgevoerd kan worden. Als we als ouders massaal briefjes mee gaan geven dat Junior het huiswerk niet af heeft, omdat het schofterig veel is, dan kan dat systeem niet blijven.

Dus. Lieve ouders. Van wie ik zonder enige twijfel aanneem dat jullie heel graag het beste voor jullie kinderen willen.

Denk even aan wat belangrijk is, voor je ontspanning weg maakt om ruimte te maken voor leren. Denk nog een keertje na en voel wat voor jou kwaliteit van leven betekent. Zeker in deze tijd waarin ‘normaal’ eigenlijk een vaag begrip is. Er verandert zooooo veel. Wij zijn met zijn allen verantwoordelijk voor de richting van deze veranderingen.

Hoe zou jouw kind in een ideale situatie zijn/functioneren/bewegen/zich voelen?

Wil je hulp bij faalangst, voel je dan vrij om contact met me op te nemen! Samen maken we overzichtelijk wat nodig is om de faalangst aan te pakken en met wat praktische tips kun je thuis al heel wat stress verminderen! petrahoning@gmail.com

Kunst en Vliegwerk.

Eens in de week werk ik op de Stamtafel. Een plek waar mensen samen komen en in plaats van thuis tegen de muren op vliegen, in verbinding kunnen zijn met anderen, onder het genot van een bakkie koffie of thee. Ik voeg daar wat kunst aan toe, in de vorm van muziek en creativiteit. Deze week begon mijn stamtafel met het lied ‘Kunst en Vliegwerk’ van Herman van Veen.

‘Is het een kunst om iets te maken

Waarvan iedereen zegt ‘wat knap!

Of is het kunst als je iets maakt

Waar je zelf niets van snapt?’

Een van de vragen die ik in het gesprek dat daarop volgde stelde is: ‘wat doet kunst eigenlijk met je?’ Een van de antwoorden was: ‘Ik vind dat dan gewoon mooi.’ -‘Maar wat gebeurt er dan met je als je iets mooi vindt?’ -‘Niks, ik vind het dan gewoon mooi, meer niet.’ En de glimlach op haar gezicht werd breder. Die glimlach vertelde meer dan haar woorden.

In de C-tijd hebben we het massaal moeilijk gehad. Ik zal het nu even bij mijn eigen leven houden. De boel heeft in mijn huishouden behoorlijk onder spanning gestaan. Teveel op elkaars lip. Te weinig uitlaatklep. En omdat muziek ook mijn vak is, vergat ik soms hoe belangrijk het voor me is.

Toch is het steeds muziek geweest, wat me achter mijn muren vandaan getrokken heeft. Wat er met mij namelijk gebeurt als ik dingen moeilijk vind, is dat ik me terug ga trekken. Voor de sterrenbeeldliefhebbers: ik ben een kreeft met ascendant schorpioen. Ik heb een superzacht binnenkantje met een dubbel functionele, keiharde buitenkant. En ik kan knijpen 😉

Als ik me niet lekker in mijn ruimte voel, kruip ik dus weg achter dikke muren. Aan de buitenkant zie je er weinig van, maar ik ga zo ver weg dat ik zelf ook een beetje verdwijn. Kadootje van een mindere kindertijd, waar ik me in mijn eigen wereld prima kon vermaken, omdat de buitenwereld voor mij echt onbegrijpelijk hard was. Die wereld bestond uit boeken en muziek. Liefst tegelijk. Kunst maal twee. Maal drie als de boeken nog prachtig geillustreerd waren, ook.

Ook mijn relatie heeft de nodige spanningen gehad en elke keer dat ik dacht aan opgeven en weggaan, waren het de songs van mijn lief die me terug smeten naar onze gemeenschappelijke oorsprong. De plek waar wij begonnen zijn: muziek. En dan kon ik het weer voelen.

Dat is wat kunst doet. Wanneer je afgestompt bent door wat er om je heen allemaal gebeurt, maakt het je wakker. Het raakt je echt op zielsniveau. Het zet je eigen inspiratiemotor terug aan. Het wijst je op de magie in dit leven op deze prachtplaneet. Het haalt je uit de negativiteit en zet je in je creativiteit. Hoe vaak ben je als kind niet geinspireerd door iets wat je zag of hoorde. Ging je met je vrienden voetballen als je het EK of WK had gekeken. Ging je iets moois tekenen, omdat je iets had gezien wat iemand anders gemaakt had. Of in mijn geval, ging je net zo proberen te zingen als Barbra Streisand of Ian Gillan en net doen alsof je een van de karakters in je boeken was…

Zonder kunst is de wereld zo plat als een dubbeltje. Zonder kunst is de magie weg. Wat ben ik toch dankbaar dat kunst mijn wereld is. Mijn vak. Mijn passie. Mijn leven. En dat ik dat met zoveel mensen mag delen. Niet in de laatste plaats met mijn gezin, want die kinders van mij zijn stuk voor stuk kunstmakende creatievelingen.

Magie maak je zelf. Gewoon door te beginnen. Dat gaan we dus komende week doen op de Stamtafel. Onze eigen kunst maken. Gewoon met zooi 🙂 Want alles kan gelukkig kunst zijn!

Hoe vind je jouw muziekdocent?

We merken het op drie momenten in het schooljaar: vlak voor de grote vakantie, net na de grote vakantie en na oud en nieuw. Mensen gaan op zoek naar muziekdocenten.

Muziekdocent is een vrij beroep, iedereen mag zich zo noemen. En er zijn er heeeeel erg veel. Je hoeft niet meer naar een muziekschool, want zeg nou zelf: die zijn er nauwelijks meer. Je gaat dus eigenlijk naar een ondernemer. Iemand die handig inspeelt op de markt.

Zang- en gitaarles zijn ongelofelijk populair. Wij krijgen heel veel mensen in onze praktijk die al les hebben gehad van de buurman, oom, jongen verderop in de straat die voor een tientje les gaf. Er zijn aardig wat goede zangeressen in deze omgeving, die ook maar zangles zijn gaan geven. Want: hoe moeilijk kan het zijn?

Echter: je merkt op een gegeven moment dat de vooruitgang wat te wensen laat. De stap om van docent te wisselen blijkt groot, want je wil iemand die je aardig vindt niet afvallen. En laat me duidelijk zijn: dit is geen waarde-oordeel over personen, maar over vakkennis! Want muziekles geven is een VAK! Waar je doorgaans zeker vijf jaar voor studeert. Een jaar vooropleiding, want je komt zo goed als nooit gelijk in het eerste jaar terecht. En dan nog vier jaar HBO-onderwijs, stages lopen. Didactische vakken volgen en zelf muziek maken onder begeleiding. Het is een pittige opleiding!

Dingen die je verkeerd aangeleerd krijgt zijn retemoeiljk om er weer uit te trainen! Mocht je dus nu voor de keus staan welke muziekdocent je gaat kiezen, dan zijn hier wat tips:

1: Neem proeflessen bij verschillende, goed opgeleide, docenten.

2: Ga niet automatisch voor de goedkoopste aanbieder. Opleidingen en bijscholingen zijn duur. Aanbieders die erg goedkoop zijn, moeten alarmbellen doen rinkelen. Een normaal tarief voor een half uur prive muziekles ligt rond de € 25,- Als je tenminste een fatsoenlijk opgeleide docent treft.

3: Heb vragen tijdens je proefles. Bedenk van tevoren wat je leervraag is, ofwel: als je in die proefles meteen leert wat je wil leren, wat zou je dan kunnen na dat half uur?

4: Ga voor het goede gevoel. Heb je al wat geleerd, ben je al wat wijzer geworden na je proefles? Heb je het idee dat je docent weet waar hij/zij het over heeft? Heeft jouw docent goed naar jou geluisterd en is hij/zij op jouw vraag in gegaan? En heel belangrijk: ging je blij naar buiten na de les?

Heb je vragen? Voel je vrij om te mailen naar Petra voor zangvragen: petrahoning@gmail.com en naar Sebas Honing voor (bas)gitaarvragen: sebashoning@gmail.com

We staan je graag te woord. Kom ook vooral meedoen met onze zomercursus om te kijken of onze aanpak bij je past! Klik hier voor meer info.!

Hartelijke groet! Sebas en Petra.

Je moet meer PENG in je stem!

Je moet meer PENG in je stem.

Huh?

Ik hoorde dit bij mijn favoriete programma van het moment: Aria. Een soort Idols voor klassieke zangers en zangeressen. Heerlijk, even weer terug naar mijn conservatoriumgevoel, ik hou ervan.

Een van de zangers hangt een beetje onder de toon. Heel vals? Nee. Niet precies goed op de toon? Ja. Duidelijk.

Volgens Henk Poort, moest hij meer PENG in zijn stem. Of even naar de Albert Cuijp om eens goed te luisteren naar hoe marktkoopmannen geluid maken.

Het spijt me geweldig, maar als mijn zangdocent niet verder zou komen dan zulke tips, zou ik vertrekken. Dat mag ik zeggen na jarenlang zulke tips krijgen en niet verder komen. ‘Je moet je kieuwen gebruiken; je moet meer ruimte maken, je moet….’

Deze jongen moet niet meer PENG in zijn stem. Deze jongen moet leren welke posities van zijn strottenhoofd hij kan gebruiken voor het geluid dat hij kiest. Hij moet leren hoe hij zijn strotklepje kan gebruiken om de zeer noodzakelijke twang toe te passen, welke zijn toon zal opfrissen naar OP de noot, in plaats van er tegenaan. Zo kan hij met minder werken, meer zuiverheid en meer boventonen creeren, wat de grip op zijn volume ook nog eens versterkt.

Het kan zo simpel, maar dan moet je wel even weten hoe dat zit, daarbinnen.

Heb jij ook het idee dat je niet verder komt dan wat oefeningetjes en vage termen? Wil je ook gewoon weten wat je nou eigenlijk doet, zodat je het altijd en bewust kunt doen? Kom dan gratis en vrijblijvend een proefles nemen. Wellicht valt dan ineens het kwartje. Het kan namelijk echt heel simpel!

Mail petrahoning@gmail.com om gelijk een proefles af te spreken! Wees welkom!

Petra.

Waarom kinderen niet naar Kinderen voor Kinderen zouden moeten luisteren.

Waarom kinderen niet naar Kinderen voor Kinderen zouden moeten luisteren.

Een van de belangrijkste dingen die we doen in de zangles is afstemmen wat je je voorstelt aan klank en wat er daadwerkelijk volgt. Zelfvertrouwen is daarbij een groot ding. Als je een lied hoort wat je mooi vindt, wil je dat graag ook zo doen. Gemiddelde mensen kunnen dat prima: als je geen beschadigingen rond je strottenhoofd hebt, of op je stembanden, is er geen reden waarom je fysiek gezien niet hetzelfde zou kunnen als George Michael of Beyonce. Het zijn je gedachtes daar omheen die je moet trainen en het vertrouwen bij jezelf vinden dat wat je je aan klank (die lekkere uithaal van Whitney Houston) voorneemt er ook daadwerkelijk uit komt.

De eerste paar keer gebeurt dat per ongeluk. Dan weet je in ieder geval dat die hoge noot er ook bij jou op zit. En dan ga je daarmee verder tot je op een gegeven moment gewoon zo kunt zingen en van tevoren weet dat het er goed uit komt.

Kinderen voor kinderen. Als je oude opnames met de hedendaagse opnames vergelijkt, hoor je wat bijzonders: kinderen zijn robotjes geworden. Er zit geen scheef gezongen nootje meer bij, want alles is volledig plat geautotuned.

Autotune is een systeem waarbij digitaal de toonhoogte aangepast kan worden. Je gaat er automatisch ook digitaal van klinken. Er is geen kind dat zo strak zuiver kan zingen als het gemiddelde KvK- of Junior Songfestivalkind.

Wat ik in mijn praktijk regelmatig tegenkom, zijn jonge pubers die met hun klank worstelen, omdat die gerobotiseerde stemmen van KvK en Junior Songfestival hun maatstaf geworden zijn. Ze vinden dat ze lelijk zingen, omdat ze met geen mogelijkheid akoestisch als een robot kunnen klinken.

Kinderstemmen mogen daar niet klinken als kinderstemmen. Want wij volwassenen wensen perfectie. Op school moeten goede punten gehaald worden. Huiswerk kost tegenwoordig drie uur, een halve schooldag extra, omdat volwassenen achter een bureau besluiten dat dat gezond is voor kinderen. Muziek heeft niks creatiefs meer, want meer dan een hapklaar coupletje en refreintje kunnen onze zaphersens niet meer aan.

Ook daarin moet je de oude KvK songs eens vergelijken met de platte, hapklare rommel die Tjeerd Oosterhuis ons voorschotelt. Daar wordt toch geen kind slimmer of creatiever van?

Dus: stuur je kind een beetje. Draai eens iets uit de oude doos. Laat je kinderen in de auto luisteren naar muzikale verhalen zoals Jip en Janneke, Fluitje van een cent, Alfred J Kwak, Het Oinkbeest. Frank Groothof heeft een aantal opera’s bewerkt, die zijn geniaal en voorzien van een heerlijke dosis humor waar de ouders ook blij van worden.

Neem een Kees! (m/v)

Neem een Kees!

Ik had een Kees. Lang geleden. Hij was een half jaar lang mijn vriendje. Totale mismatch. Dat wist ik al na drie dagen. In die tijd studeerde ik aan het conservatorium. Eens in de week had ik daar dramales en die les ben ik regelmatig binnengestormd. Kwaad over wat Kees dat weekend allemaal weer gezegd, gedaan en niet gedaan had. Die gast drukte echt AL mijn knopjes in.

In die tijd was ik ook al op zoek naar mijn levenslessen. En ik snapte maar al te goed dat – zolang hij mijn knopjes indrukte – ik daar dus nog wat van te leren had.

Een half jaar vechten. Vechten voor mijn plek, mijn grenzen – die door hem royaal overschreden werden. Die ik door hem royaal liet overschrijden. Tot mijn gevoel van eigenwaarde zo gegroeid was dat van de een op de andere dag mijn knopjes dood waren.

Het was voor mij in die tijd al heel duidelijk: dit had helemaal NIKS met Kees te maken. Kees was een hulpmiddel. Ik had wat met de vader van mijn oudste dochters uit te vechten. Een man met wie niks uit te vechten viel, omdat hij daartoe simpelweg de capaciteiten niet had. In zijn opvoeding was geen ruimte voor communicatie en conversatie. Mijn toenmalige schoonvader belde, schold me dan de huid vol en sloot af met: ‘en verder wil ik er NIKS over horen!!!’ En hing dan op.

Met zo’n opvoeding leer je geen nuttige zaken als het op communiceren aankomt. En zo zat ik dus met een megalading aan frustratie, boosheid over hoe hij me alleen met twee kinderen opgezadeld had en nog zo wat van die dingen.

Ik had een Kees nodig. Iemand die qua gedrag en knopjes indrukken exact mijn ex was. Met wie ik wel ruzie kon maken en al die pijn en frustratie een plek kon geven.

Dus zit je in een relatie, waarvan iedereen wel weet dat het eigenlijk niet goed voor je is. Bedenk dan dat je een Kees hebt. En geloof me, een Kees is ongelofelijk leerzaam en uiteindelijk goed voor je! Maak die ruzie. Vecht het uit! Want ga je naar je omgeving of je verstand luisteren en maak je het uit voor je knopjes gewoon niet meer ingedrukt worden door jouw Kees, dan krijg je zomaar een volgende Kees. Je moet je les leren en je eigenwaarde erkennen! Veel mensen hebben daar een Kees voor nodig en dat is prima!!

Wil je wat sneller je knopjes onklaar maken, zodat je je Kees veilig en zonder risico op een nieuwe Kees kunt verwijderen, ga dan even op je tijdlijn kijken wie je allereerste Kees was. Daar zit namelijk de angel. Het fundamentele gevoel wat Kees 1 je gegeven heeft. In mijn geval was dat dat ik waardeloos was, niks kon en dat alles wat mis ging mijn schuld was. Hoe zit dat voor jou? Zoek die angel. Scheelt een boel tijd.

Ik heb Kees regelmatig vervloekt. Maar ik kan nu alleen maar dankbaar zijn. Die knopjes zijn sindsdien namelijk onklaar. Mijn gevecht op dat vlak is over. En dat is toch een potje lekker!!

Zou je dat wel doen?

Je kent dat wel. Je hebt een leuk idee, vind je zelf. Tot de reakties komen. ‘Zou je dat wel doen?’

Vroeger liet ik me ontmoedigen. Vooral door mijn ouders. Hun angst. Angst om anders te zijn. Er niet bij te horen. Angst om de nek uit te steken en angst voor financiële onzekerheid. Angst. Doen hoe het hoort, want anders…. Ja. Anders wat?

Clichés worden clichés omdat ze zo waar zijn dat ze als gegeven kunnen worden gesteld. Angst is een slechte raadgever. Je kent ‘m wel.

Want wat ik in de korte tijd dat ik dit leven leef al wel geleerd heb is dat alles wat in een flow gebeurt lukt. Het was voor mij al zo lang als ik me herinner geen optie om niet te zingen. Zingen moest en moet. Ik word gelukkig als ik zing en met muziek bezig ben. Ik word ongelofelijk gelukkig als ik in mijn zangpraktijk weer wonderen zie gebeuren. Zingen en muziek IS mijn flow. Geen wonder dat ik een goedlopende zangpraktijk heb.

Ik ben wel altijd aan het zoeken geweest naar ‘iets erbij’. Ik wist niet zo goed wat ‘iets’ was, dus ik ben maar ergens begonnen. Opleiding hier, opleiding daar. In de afgelopen vijf jaar heeft dat vooral te maken gehad met spirituele zaken en opleidingen en NLP. Al die zijpaden leidden altijd naar mijn zangpraktijk. Daar was en is mijn flow. Ik merk aan de stroom klanten dat in mijn Klankverwennerij ook flow zit. Ik voel het ook.

NLP wordt ook in het zakenleven uitgebreid ingezet. Ik ben nu aangekomen bij het fenomeen ‘modelleren’. Laat ik voorop stellen dat het zakenleven mij niet trekt. Targets, hoge bedragen, risico’s. Het zegt me niks en ik heb ook de associatie dat mensen en gevoel er in die wereld niet toe doen. Geld wel. Leuk om daar nog wat zelfonderzoek op los te laten.

Ik ben voor alles een gevoelig, artistiek mens. Maar dat modelleren deed ik al heel lang. Ik luisterde naar zangers en zangeressen die ik tof vond en ik ging imiteren. Wat gebeurt er, hoe werkt dat en hoe klinkt het. Wat vind ik mooi en hoe wil ik klinken? En terug: als ik zo klink als…; hoe voelt dat dan in mijn lichaam? En later: hoe kan ik dit vertalen zodat mijn leerlingen het ook gaan snappen. Bij modelleren ga je kijken en luisteren naar iemand die wat jij zou willen al doet, heeft, is. Je hoeft het wiel niet uit te vinden, je hoeft het alleen maar zo aan te passen dat het wiel bij jou gaat passen. Maar een wiel is een wiel.

Ik realiseerde me deze week – eind augustus 2019 – dat ik de angststem kwijt ben. Pas geleden zag ik een toffe aktie op internet: een stichting had fruitbomen opgekocht, omdat ze anders in de shredder zouden verdwijnen. Ik heb samen met wat andere wens-boomouders een stel bomen gekocht en ik heb ze in de tuin gezet. Ik ga er van uit dat we komend jaar of het jaar erna fruit hebben. Zo niet, dan heb ik plezier gehad met het idee bomen van de shredder te redden. Ik zie alleen maar winst. Ik heb een paprikaklokhuisje in een potje aarde gedaan. Nu groeien er paprikaplantjes. Best veel. Ik zie wel waar het heen gaat. Mijn kinderen geven de plantjes water en ze zien dat uit zo’n klokhuisje paprikaplantjes groeien. Ik zie alleen maar winst.

Niet iedereen kijkt zo. Want de fruitbomen zijn in het verkeerde seizoen hier gekomen. Er is wat twijfel over de juiste plek qua zon en de juiste afstand van elkaar. Ze hebben in de koeling gestaan, waardoor hun beleving van de seizoenen niet meer klopt. De paprikaplanten hadden in het voorjaar geplant moeten worden, want ze hebben meer warmte nodig dan er de komende tijd is. Ze worden groot. Dus dat past vast nooit op de vensterbank.

Kijk. Mij maakt het allemaal niet uit. Ik begin. Net zoals ik ‘even’ auditie ging doen bij het toenmalig Brabants Conservatorium, met als gevolg mijn huidige goedlopende praktijk. Is er flow, kan ik mijn energie die kant op houden, dan komt er fruit. Letterlijk en figuurlijk. Waar vroeger al mijn planten dood gingen, omdat ik ook de overtuiging had dat bij mij planten dood gingen, heb ik inmiddels de overtuiging dat ALLES wat ik doe, omdat ik het WIL, lukt. De planten die ik heb ontploffen van groenigheid en ook planten die niet bloeien, krijgen bij mij bloemetjes.

Mijn vraag wanneer ik ergens mee start is nooit of het gaat lukken, maar of ik de gevolgen van het succes van wat ik doe kan combineren met alles wat nu al aan het lukken is. Soms ben ik overenthousiast en dan begin ik aan teveel. Waardoor er gelukkig ook dingen geen fruit krijgen.

Aan het gegeven dat er maar 24 uur in een dag zitten kan zelfs ik niks doen.

Ik lieg, jij liegt, wij liegen.


Viavia kwam na mijn vorige blog het berichtje van mijn moeder: Het blog staat vol leugens en ik moet onderhand eens uit de rancune en de slachtofferrol.

Die vind ik het analyseren waard. Schrijf ik uit rancune? Voel ik me een slachtoffer?

Ik wil namelijk graag zuiver zijn. Zuiver qua intentie. Eerlijk over mijn motieven. Eerlijk over mijn beleving van zaken.

Eerlijk en zuiver zijn leverde mij als kind straf op. Dan was ik lastig. Ik las onlangs een artikeltje over ‘het strafbankje’. Dat als je een peuter op het strafbankje zet op de Nanny Jo manier, zo’n kind dat ervaart als fysieke pijn.

Ik mocht als ik te ‘lastig’ was gewoon niet meer komen. Soort strafbankje + Dan kon mijn moeder het even ‘niet aan’. Dan zat ik met Sinterklaas in mijn uppie thuis de mand kadootjes die ik dan wel kreeg uit te pakken. Mijn broertje was bij mijn moeder Sinterklaas aan het vieren.

Neem ik als ik dat benoem een slachtofferrol aan, of is het een constatering van het gegeven dat mijn moeder keihard strafte met de grootste straf die je een kind kunt geven: niet meer welkom zijn. En presenteer ik mezelf als slachtoffer als ik erken dat zo’n straf – die in mijn jeugd gangbaar was – een enorme stempel op je persoonlijkhed en capaciteit om je aan bijvoorbeeld je partner te hechten drukt?

Ik ervaar zelf het benoemen ervan uitsluitend als dat. Het benoemen en erkennen van dat stuk van jezelf. Als je zo opgroeit is het namelijk ook niet meer dan dat: gewoon jouw werkelijkheid. Daar vind je als kind helemaal niks van. Dat is gewoon zo.

Nog maar even geleden stond ik huilend voor Sebas te vertellen dat ik nu – na bijna elf jaar samen – eindelijk heel voorzichtig ga geloven dat hij me niet weg zal sturen. Ik heb tien jaar nodig om dingen te geloven.

Laten we voor de volledigheid eerst het fenomeen ‘waarheid’ eens onder de loep nemen: Als je een ongeluk ziet gebeuren mag je een verklaring afleggen. Het hele bijzondere is dat als er vijf getuigen zijn, er vijf verschillende verhalen zullen staan. Bij iedereen zullen andere details opvallen.

Tijdens het schrijven van dit blogje – waar ik alweer heilige huisjes omver haal – gaat vanzelfsprekend mijn moeders tegenwoord door mijn hoofd. Dat gaat vergezeld van een man van 120 kilo die op mijn borstkas staat. Ik laat ‘m staan tot hij door krijgt dat hij er niet meer hoeft te staan. Verschil met eerder – toen ik nog mijn mond hield uit angst voor de represailles – is dat ik inmiddels donders goed weet dat iedereen zijn eigen waarheid heeft.

Iedereen heeft afweermechanismes. Die van mij is wantrouwen en keihard van me afbijten. Het zet af en toe nog op. Goddank heb ik een man die me kent, die mij even hele droge feedback geeft over het patroontje waar ik af en toe in schiet als het leven me bij de strot grijpt. Voor de geïnteresseerden: last van, druk op, irritatie rond je strot heeft met je vijfde chakra te maken: het chakra dat staat voor communicatie, jouw waarheid durven en mogen spreken, zeggen wat je te zeggen hebt ZONDER represailles. Als je last hebt van je keel – op wat voor wijze ook – is de vraag die je jezelf kunt stellen: wat zou ik zeggen als ik in mijn boodschap totaal VRIJ zou zijn? Met niemand die iets vindt van wat ik zeg, maar het gewoon accepteert als MIJN waarheid.

Ik heb veel inzicht gekregen toen ik nog niet lang geleden bij een NLP-coach een karaktertest volgens het model van Reich deed. Het maakte wederom ‘echt’ dat ik niet in een veilige omgeving ben opgegroeid. Zonder oordeel, want ik zie mijn moeders kant van het geheel wel degelijk. Hier lees je er meer over.

Ik heb het niet nodig om mijn moeders waarheid te ontkennen om die van mij te laten bestaan. Zij stond aan de andere kant en ze zal me echt niet voor niks steeds weggestuurd hebben. Het is niet leuk als je steeds door je dochter op van alles gewezen wordt, waar je niet over na wil denken. Het is niet leuk als het leven bestaat uit angstige situaties die je dochter nog eens prima weet uit te vergroten.

Geef ik mijn ouders de schuld van mijn ‘slechte’ leven? Nee, ik denk oprecht van niet. Ik heb niet eens een slecht leven. En hoewel ik nu ten volste benoem dat ik beschadigd ben, betekent dat niet dat ik vol rancune zit, of mijn gram wil halen. Mijn vader heb ik nergens genoemd: ook hij is een bijzondere man. Die onlangs in een goed gesprek aangaf dat hij het niet handig heeft gedaan. Hij erkende mij. Hij erkende mijn pijn. En dat maakt alle verschil.

Ik wil aan iedereen in vergelijkbare situaties aangeven dat het belangrijk is voor je eigen plaatsing en verwerking van een onveilige jeugd, dat het benoemd wordt. Het bestaat. Zonder oordeel, of toewijzing van schuld. Je moet zelf de zooi opruimen, maar in mijn geval is dat heel best aan het lukken. En grijpen mijn spoken me onverhoopt wel rond de strot, dan kan ik inmiddels heel goed voelen wat het met me doet. Volgens mijn eigen formule uit het vorige blog. Voor mij werkt ‘ie. Pas ‘m aan naar eigen wens en neem je gevoelens en je pijn serieus, zodat je er wat mee kunt. Ontkennen is zinloos. Niemand heeft schuld aan zo’n verdrietige situatie, maar je hoeft jezelf niet te ontkennen uit loyaliteit naar je ouder(s). Jij bent echt, jouw beschadigde kant kan alleen helen als ‘ie gezien en verzorgd wordt. Hoe verzorg je je beschadigde kant?

Een mooie manier is dit: ga lekker zitten. Voel gewoon even wat je voelt. Welke delen van je lichaam voel je tegen de stoel of bank aan drukken? Voel je ergens spanning? Kun je door die spieren even aan te spannen wat meer ontspannen? Zo niet, ook prima. Alles is prima.

Doe je ogen dicht en zoek een situatie op waar je als kind bent. Gewoon wat het eerste in je opkomt. Ga in je huidige vorm naar dat kind toe en begin een gesprekje. Wat zou je dat kind voor raad geven? Stel dat jij voor even de ouderrol zou kunnen aannemen, wat heeft dat kind van jou nodig? Een knuffel, liefde, erkenning? Kun je je kind-zelf dat geven? Je hoeft daarvoor niks meer te doen dan het je voorstellen. Kun je aan je kind-zelf toegeven dat je tekort bent gekomen? En vertellen dat het allemaal goed zal komen, omdat je gaat leren hoe je zelf je tekorten aan kunt vullen? Zo krachtig ben je namelijk. Lees die zin nog eens. Jij bent krachtig.

Geef jezelf wanneer je weer terug komt in het nu een compliment: je bent er nog. Je leest dit, dus je bent bezig met helen. Je hebt alle reden om trots te zijn op jezelf, want je hebt aardig wat obstakels overwonnen!

En mam, dikke kans dat je ook dit leest: ga er eens voor zitten. Voel wat het lezen van dit blog met je doet en probeer daarin eens voorbij je boosheid te gaan. Voel hoeveel pijn het doet dat het zo gelopen is, want we missen allebei veel. Volg gewoon de stappen uit het vorige blog en heel jezelf. Zonder oordeel.

Je moet gewoon loslaten!

Ik hou ervan, van die quotes op facebook van spirituele pagina’s. Ik voel me er blij door, omdat ik weer even herinnerd word aan de magie in dit leven.

Veel van die quotes gaan over ‘voor jezelf kiezen’, ‘je eigen pad volgen’ en een hele mooie: ‘loslaten’! Nergens lees ik bij zo’n quote ooit hoe je dat dan doet.

Laat me je dus even helpen.

Om te beginnen zijn mensen vrij complex. Hoe meer antwoorden je vindt, hoe meer vragen er komen. Never a dull moment. Wel paniek soms. Want het leven zit vol triggers. Mensen die op zoek gaan naar het waarom van dingen doen dit niet voor niks. Daar zit geregeld leed achter. De grote lessen in het leven leer je namelijk doorgaans door heftige ervaringen, waarvan je de winst zeker niet direct inziet.

En daar hebben we een leuke. Want laten we even een klein mind-oefeningetje doen.

Stel nou dat ALLES in en aan jou er voor gemaakt is VOOR jou. Om je te beschermen, in leven te houden, veilig te houden. Lees het nog een keer. Dus die buikgriep die je pas had was er VOOR jou.

Als je vanuit dat punt gaat denken en kijken: Waar was die griep dan goed voor? Had je het heel druk, was je bezig met verplichtingen die je eigenlijk niet zo heel graag aan wilde gaan? Had je het even nodig om stil gezet te worden misschien?

Wat zie je als je andere ‘negatieve’ gebeurtenissen op die manier bekijkt? Ik zal een voorbeeld geven uit mijn eigen leven. Mijn moeder heeft het contact met mijn gezin verbroken, twee jaar geleden. Op dat moment was ik woest, gekwetst, vol ongeloof over hoe ze ook haar kleinkinderen – en dus alweer mij – zomaar aan de kant schoof. Zoiets doet een moeder/oma niet. Dat is althans mijn overtuiging.

Toen de pijn uitgeraasd was (hoe, daar kom ik zo op) kwam er iets anders. Het kadootje. Het punt waarop het contact verbroken werd, had namelijk een aanloop. Een aanloop van ongeveer 35 jaar. 35 jaar op eieren lopen voor iemand die mij nooit leuk vond. Nooit goed vond. Nooit vond dat wat ik deed ‘hoorde’. Tegen anderen opschepte over de muziek die ik maakte, terwijl ze de cd die ik maakte nog nooit gehoord had.

Ik was haar trigger. En dus in al die jaren in haar ogen altijd ‘de schuld van’. Da’s best een ding als je een jaar of tien bent. En als volkomen normaal ziet, want zo was het altijd.

Ineens was die druk weg. Natuurlijk was ik in mijn volwassen leven vrijer dan in mijn jeugd. Ik heb letterlijk en figuurlijk gevochten om gezien en gehoord te worden. Mezelf te zijn en mijn eigen grond te veroveren. Mijn leven nu is helemaal mijn keus en ik kies elke dag opnieuw hoe mijn leven loopt. Ik voel grip.

De prijs van contact met mijn moeder was ongelofelijk hoog. Uiteindelijk heeft ze me dus – hoe sneu ook, want mijn kinderen hebben die oma nu niet – een kadootje gegeven. Ik ben er vrijer en blijer van geworden.

Pijn: je kunt er een hele tijd voor weglopen, maar het haalt je altijd in. Hoe loop je er niet voor weg? Hoe kom je op het punt dat triggers geen triggers meer zijn?

Allereerst door stil te blijven staan. Een trigger is een moment waarop je vol in je angst/paniek/vluchtgevoel gegooid wordt. Dat kan door een opmerking, een beeld, een ervaring zijn. Een trigger werpt je meestal terug in de tijd. Het is niet perse dat punt in het nu dat zo pijnlijk is, maar een ervaring in je kinderjaren die dezelfde smaak had.

Stap 1: Stil blijven staan (of ga even op de bank zitten of een stuk wandelen) bij die razende gedachtes en jezelf vragen wanneer het vroegste moment was dat je je dat gevoel kunt herinneren. En echt, die storm in je hoofd gaat liggen als je het gewoon maar even laat zijn, zonder er wat van te vinden.

Stap 2: Voel het gewoon even. Je gaat niet dood van verdriet. Je gaat niet dood van paniek. En het duurt geen uren. Sterker. Doorgaans wordt je hoofd binnen vijf minuten een stuk helderder. In het gunstige geval herinner je je waar je dit gevoel van kent. Je realiseert je dat je nu ouder bent dan toen.

Stap 3: Doe je ogen dicht en adem (lekker met je handen erop) naar de plek waar je in je lichaam de onrust voelt. Je gaat in gedachten naar je kind-ik toe en hebt een gesprekje. Je kunt vertellen hoe je nu op die situatie kijkt. Je kunt je kind-ik raad geven. Een knuffel. Wat voor jou fijn voelt.

Stap 4: Laat het gewoon even bezinken. Ben lief voor jezelf.

Ja, je wordt nog een keer getriggerd. Tien keer. Honderd. Maar nu heb je een handvat. Ga elke keer weer op zoek naar de kadootjes, echt, op een gegeven moment word je er steeds handiger in.

Dit is loslaten. De pijn zien voor wat het is: een signaal dat je ooit iets tekort bent gekomen wat jou pijn bezorgd heeft, welke nu doorgalmt op momenten die je herinneren aan toen.

Pijn is zo groot als jouw associatie ermee. Loop je ervoor weg, stop je het weg en weiger je het te zien, dan wordt het gigantisch. Beangstigend. Een manier van je systeem om jou te behoeden voor diezelfde situatie. Want dat systeem maakt geen onderscheid tussen vluchten voor een ervaring of vluchten voor een wild dier in de oertijd, wat jouw leven bedreigde. Gevaar is gevaar en als pijn voelen voor jou gevaar betekent, gaat je systeem voor jou in de bres!

Wat lief van jou, dat je jezelf zo probeert te beschermen. Door bovenstaand stappenplan door te gaan, geef je jezelf, jouw hele systeem toestemming dit beschermingsmechaniek stop te zetten.

En kom je er zelf niet uit, dan zoek je iemand die je in dit proces begeleidt. Die samen met jou al die triggers van hun taak kan ontslaan. Zodat je de kadootjes vindt.