Leren, leren, leren!

Ik krijg van ouders van leerlingen nog wel eens het volgende berichtje:

‘Junior heeft het heel erg druk met school, examens, moet leren, dus hij/zij kan niet naar muziekles komen.’

Leren. Hoe zit dat eigenlijk?

Als je iets gaat leren, wil je dat nieuwe informatie vanuit de buitenste, bewuste laag van je hersenen, doorstroomt naar de volgende laag, waar de zaken liggen opgeslagen die je wat langer wilt bewaren.

Herinneringen liggen op meerdere plekken in de hersenen opgeslagen. Als je het handig aanpakt, zet je al die plekjes in om zo snel mogelijk je informatie in je geheugen te zetten. Je gebruikt je neocortex voor de kennis, de droge stof. Je hippocampus voor de context (topografie leren gaat veel makkelijker als je al eens een ritje naar zo’n stad gemaakt hebt). Je amygdala voor het emotionele gedeelte (toen ik aan het conservatorium studeerde, onthield ik elk mooi muziekstuk, omdat het me raakte). Het striatum is voor het bewegingsgeheugen. (een liedje waar je op de basisschool een dansje op geleerd hebt, zul je helemaal nooit meer vergeten).

Hoe vollediger je leert, op vrije scholen omschrijven ze het mooi: ‘met hoofd, hart en handen’, hoe makkelijker je de informatie opzuigt.

Helaas is ons schoolsysteem – op de vrije- en alternatievere scholen na – daar helaas niet op gebouwd. We willen prestaties, meetbare prestaties. Ik kom in mijn praktijk regelmatig (laat dat even op je inwerken) pubers tegen die serieuze burnoutklachten hebben.

Met een vol hoofd, waarbij door de omgeving alleen maar nadruk gelegd wordt op het kennisgeheugen, kun je nauwelijks nieuwe informatie opnemen. Laat staan ruimte overhouden voor echt belangrijke zaken, zoals gezonde grenzen leren voelen tussen jou en je omgeving. Je veilig en vrij voelen in het nemen van je eigen ruimte in het leven. Duidelijk leren voelen wat überhaupt je wensen in het leven zijn. En je vrij voelen in het uiten en najagen van die wensen.

In mijn beleving is dat kindermishandeling. We overschrijden chronisch de grenzen van onze kinderen, op een leeftijd waarop ze zelf nog niet bij machte zijn daar invloed op uit te oefenen. De jeugdzorg kan de aanvragen al een hele tijd niet aan. Want wat hebben we gedaan na de coronaperikelen? Niks. De doelen moeten gehaald worden, een jaar overdoen is falen. En over de hoeveelheid faalangstige kinderen en jongeren in mijn praktijk wil ik eigenlijk niet eens schrijven, want het is eerder regel dan uitzondering.

Waar zijn we ook alweer mee bezig? Wat willen we eigenlijk voor onze kinderen? Zijn wij – ouders – zo gedrild in het systeem van presteren en doordouwen tot we ver over onze grenzen zijn dat we niet meer voor onze kinderen op durven komen als het om school gaat? Iedereen kent meerdere mensen die ooit een burnout hadden. Dat vinden we normaal. Opkomen voor onze eigen ruimte en het aangeven van grenzen en wensen vinden we heel lastig en dus eigenlijk abnormaal. In mijn beleving heel gek, maar ja, ik ben dan ook artistiek 🙂

We hoeven er niet mee akkoord te gaan hè? Dat kinderen geen tijd meer overhouden voor lanterfanten, een activiteit die zo ongelofelijk belangrijk is, omdat in die tijd de overweldigende stroom aan prikkels verwerkt en afgevoerd kan worden. Als we als ouders massaal briefjes mee gaan geven dat Junior het huiswerk niet af heeft, omdat het schofterig veel is, dan kan dat systeem niet blijven.

Dus. Lieve ouders. Van wie ik zonder enige twijfel aanneem dat jullie heel graag het beste voor jullie kinderen willen.

Denk even aan wat belangrijk is, voor je ontspanning weg maakt om ruimte te maken voor leren. Denk nog een keertje na en voel wat voor jou kwaliteit van leven betekent. Zeker in deze tijd waarin ‘normaal’ eigenlijk een vaag begrip is. Er verandert zooooo veel. Wij zijn met zijn allen verantwoordelijk voor de richting van deze veranderingen.

Hoe zou jouw kind in een ideale situatie zijn/functioneren/bewegen/zich voelen?

Wil je hulp bij faalangst, voel je dan vrij om contact met me op te nemen! Samen maken we overzichtelijk wat nodig is om de faalangst aan te pakken en met wat praktische tips kun je thuis al heel wat stress verminderen! petrahoning@gmail.com

Kunst en Vliegwerk.

Eens in de week werk ik op de Stamtafel. Een plek waar mensen samen komen en in plaats van thuis tegen de muren op vliegen, in verbinding kunnen zijn met anderen, onder het genot van een bakkie koffie of thee. Ik voeg daar wat kunst aan toe, in de vorm van muziek en creativiteit. Deze week begon mijn stamtafel met het lied ‘Kunst en Vliegwerk’ van Herman van Veen.

‘Is het een kunst om iets te maken

Waarvan iedereen zegt ‘wat knap!

Of is het kunst als je iets maakt

Waar je zelf niets van snapt?’

Een van de vragen die ik in het gesprek dat daarop volgde stelde is: ‘wat doet kunst eigenlijk met je?’ Een van de antwoorden was: ‘Ik vind dat dan gewoon mooi.’ -‘Maar wat gebeurt er dan met je als je iets mooi vindt?’ -‘Niks, ik vind het dan gewoon mooi, meer niet.’ En de glimlach op haar gezicht werd breder. Die glimlach vertelde meer dan haar woorden.

In de C-tijd hebben we het massaal moeilijk gehad. Ik zal het nu even bij mijn eigen leven houden. De boel heeft in mijn huishouden behoorlijk onder spanning gestaan. Teveel op elkaars lip. Te weinig uitlaatklep. En omdat muziek ook mijn vak is, vergat ik soms hoe belangrijk het voor me is.

Toch is het steeds muziek geweest, wat me achter mijn muren vandaan getrokken heeft. Wat er met mij namelijk gebeurt als ik dingen moeilijk vind, is dat ik me terug ga trekken. Voor de sterrenbeeldliefhebbers: ik ben een kreeft met ascendant schorpioen. Ik heb een superzacht binnenkantje met een dubbel functionele, keiharde buitenkant. En ik kan knijpen 😉

Als ik me niet lekker in mijn ruimte voel, kruip ik dus weg achter dikke muren. Aan de buitenkant zie je er weinig van, maar ik ga zo ver weg dat ik zelf ook een beetje verdwijn. Kadootje van een mindere kindertijd, waar ik me in mijn eigen wereld prima kon vermaken, omdat de buitenwereld voor mij echt onbegrijpelijk hard was. Die wereld bestond uit boeken en muziek. Liefst tegelijk. Kunst maal twee. Maal drie als de boeken nog prachtig geillustreerd waren, ook.

Ook mijn relatie heeft de nodige spanningen gehad en elke keer dat ik dacht aan opgeven en weggaan, waren het de songs van mijn lief die me terug smeten naar onze gemeenschappelijke oorsprong. De plek waar wij begonnen zijn: muziek. En dan kon ik het weer voelen.

Dat is wat kunst doet. Wanneer je afgestompt bent door wat er om je heen allemaal gebeurt, maakt het je wakker. Het raakt je echt op zielsniveau. Het zet je eigen inspiratiemotor terug aan. Het wijst je op de magie in dit leven op deze prachtplaneet. Het haalt je uit de negativiteit en zet je in je creativiteit. Hoe vaak ben je als kind niet geinspireerd door iets wat je zag of hoorde. Ging je met je vrienden voetballen als je het EK of WK had gekeken. Ging je iets moois tekenen, omdat je iets had gezien wat iemand anders gemaakt had. Of in mijn geval, ging je net zo proberen te zingen als Barbra Streisand of Ian Gillan en net doen alsof je een van de karakters in je boeken was…

Zonder kunst is de wereld zo plat als een dubbeltje. Zonder kunst is de magie weg. Wat ben ik toch dankbaar dat kunst mijn wereld is. Mijn vak. Mijn passie. Mijn leven. En dat ik dat met zoveel mensen mag delen. Niet in de laatste plaats met mijn gezin, want die kinders van mij zijn stuk voor stuk kunstmakende creatievelingen.

Magie maak je zelf. Gewoon door te beginnen. Dat gaan we dus komende week doen op de Stamtafel. Onze eigen kunst maken. Gewoon met zooi 🙂 Want alles kan gelukkig kunst zijn!

Hoe vind je jouw muziekdocent?

We merken het op drie momenten in het schooljaar: vlak voor de grote vakantie, net na de grote vakantie en na oud en nieuw. Mensen gaan op zoek naar muziekdocenten.

Muziekdocent is een vrij beroep, iedereen mag zich zo noemen. En er zijn er heeeeel erg veel. Je hoeft niet meer naar een muziekschool, want zeg nou zelf: die zijn er nauwelijks meer. Je gaat dus eigenlijk naar een ondernemer. Iemand die handig inspeelt op de markt.

Zang- en gitaarles zijn ongelofelijk populair. Wij krijgen heel veel mensen in onze praktijk die al les hebben gehad van de buurman, oom, jongen verderop in de straat die voor een tientje les gaf. Er zijn aardig wat goede zangeressen in deze omgeving, die ook maar zangles zijn gaan geven. Want: hoe moeilijk kan het zijn?

Echter: je merkt op een gegeven moment dat de vooruitgang wat te wensen laat. De stap om van docent te wisselen blijkt groot, want je wil iemand die je aardig vindt niet afvallen. En laat me duidelijk zijn: dit is geen waarde-oordeel over personen, maar over vakkennis! Want muziekles geven is een VAK! Waar je doorgaans zeker vijf jaar voor studeert. Een jaar vooropleiding, want je komt zo goed als nooit gelijk in het eerste jaar terecht. En dan nog vier jaar HBO-onderwijs, stages lopen. Didactische vakken volgen en zelf muziek maken onder begeleiding. Het is een pittige opleiding!

Dingen die je verkeerd aangeleerd krijgt zijn retemoeiljk om er weer uit te trainen! Mocht je dus nu voor de keus staan welke muziekdocent je gaat kiezen, dan zijn hier wat tips:

1: Neem proeflessen bij verschillende, goed opgeleide, docenten.

2: Ga niet automatisch voor de goedkoopste aanbieder. Opleidingen en bijscholingen zijn duur. Aanbieders die erg goedkoop zijn, moeten alarmbellen doen rinkelen. Een normaal tarief voor een half uur prive muziekles ligt rond de € 25,- Als je tenminste een fatsoenlijk opgeleide docent treft.

3: Heb vragen tijdens je proefles. Bedenk van tevoren wat je leervraag is, ofwel: als je in die proefles meteen leert wat je wil leren, wat zou je dan kunnen na dat half uur?

4: Ga voor het goede gevoel. Heb je al wat geleerd, ben je al wat wijzer geworden na je proefles? Heb je het idee dat je docent weet waar hij/zij het over heeft? Heeft jouw docent goed naar jou geluisterd en is hij/zij op jouw vraag in gegaan? En heel belangrijk: ging je blij naar buiten na de les?

Heb je vragen? Voel je vrij om te mailen naar Petra voor zangvragen: petrahoning@gmail.com en naar Sebas Honing voor (bas)gitaarvragen: sebashoning@gmail.com

We staan je graag te woord. Kom ook vooral meedoen met onze zomercursus om te kijken of onze aanpak bij je past! Klik hier voor meer info.!

Hartelijke groet! Sebas en Petra.

Je moet meer PENG in je stem!

Je moet meer PENG in je stem.

Huh?

Ik hoorde dit bij mijn favoriete programma van het moment: Aria. Een soort Idols voor klassieke zangers en zangeressen. Heerlijk, even weer terug naar mijn conservatoriumgevoel, ik hou ervan.

Een van de zangers hangt een beetje onder de toon. Heel vals? Nee. Niet precies goed op de toon? Ja. Duidelijk.

Volgens Henk Poort, moest hij meer PENG in zijn stem. Of even naar de Albert Cuijp om eens goed te luisteren naar hoe marktkoopmannen geluid maken.

Het spijt me geweldig, maar als mijn zangdocent niet verder zou komen dan zulke tips, zou ik vertrekken. Dat mag ik zeggen na jarenlang zulke tips krijgen en niet verder komen. ‘Je moet je kieuwen gebruiken; je moet meer ruimte maken, je moet….’

Deze jongen moet niet meer PENG in zijn stem. Deze jongen moet leren welke posities van zijn strottenhoofd hij kan gebruiken voor het geluid dat hij kiest. Hij moet leren hoe hij zijn strotklepje kan gebruiken om de zeer noodzakelijke twang toe te passen, welke zijn toon zal opfrissen naar OP de noot, in plaats van er tegenaan. Zo kan hij met minder werken, meer zuiverheid en meer boventonen creeren, wat de grip op zijn volume ook nog eens versterkt.

Het kan zo simpel, maar dan moet je wel even weten hoe dat zit, daarbinnen.

Heb jij ook het idee dat je niet verder komt dan wat oefeningetjes en vage termen? Wil je ook gewoon weten wat je nou eigenlijk doet, zodat je het altijd en bewust kunt doen? Kom dan gratis en vrijblijvend een proefles nemen. Wellicht valt dan ineens het kwartje. Het kan namelijk echt heel simpel!

Mail petrahoning@gmail.com om gelijk een proefles af te spreken! Wees welkom!

Petra.

Waarom kinderen niet naar Kinderen voor Kinderen zouden moeten luisteren.

Waarom kinderen niet naar Kinderen voor Kinderen zouden moeten luisteren.

Een van de belangrijkste dingen die we doen in de zangles is afstemmen wat je je voorstelt aan klank en wat er daadwerkelijk volgt. Zelfvertrouwen is daarbij een groot ding. Als je een lied hoort wat je mooi vindt, wil je dat graag ook zo doen. Gemiddelde mensen kunnen dat prima: als je geen beschadigingen rond je strottenhoofd hebt, of op je stembanden, is er geen reden waarom je fysiek gezien niet hetzelfde zou kunnen als George Michael of Beyonce. Het zijn je gedachtes daar omheen die je moet trainen en het vertrouwen bij jezelf vinden dat wat je je aan klank (die lekkere uithaal van Whitney Houston) voorneemt er ook daadwerkelijk uit komt.

De eerste paar keer gebeurt dat per ongeluk. Dan weet je in ieder geval dat die hoge noot er ook bij jou op zit. En dan ga je daarmee verder tot je op een gegeven moment gewoon zo kunt zingen en van tevoren weet dat het er goed uit komt.

Kinderen voor kinderen. Als je oude opnames met de hedendaagse opnames vergelijkt, hoor je wat bijzonders: kinderen zijn robotjes geworden. Er zit geen scheef gezongen nootje meer bij, want alles is volledig plat geautotuned.

Autotune is een systeem waarbij digitaal de toonhoogte aangepast kan worden. Je gaat er automatisch ook digitaal van klinken. Er is geen kind dat zo strak zuiver kan zingen als het gemiddelde KvK- of Junior Songfestivalkind.

Wat ik in mijn praktijk regelmatig tegenkom, zijn jonge pubers die met hun klank worstelen, omdat die gerobotiseerde stemmen van KvK en Junior Songfestival hun maatstaf geworden zijn. Ze vinden dat ze lelijk zingen, omdat ze met geen mogelijkheid akoestisch als een robot kunnen klinken.

Kinderstemmen mogen daar niet klinken als kinderstemmen. Want wij volwassenen wensen perfectie. Op school moeten goede punten gehaald worden. Huiswerk kost tegenwoordig drie uur, een halve schooldag extra, omdat volwassenen achter een bureau besluiten dat dat gezond is voor kinderen. Muziek heeft niks creatiefs meer, want meer dan een hapklaar coupletje en refreintje kunnen onze zaphersens niet meer aan.

Ook daarin moet je de oude KvK songs eens vergelijken met de platte, hapklare rommel die Tjeerd Oosterhuis ons voorschotelt. Daar wordt toch geen kind slimmer of creatiever van?

Dus: stuur je kind een beetje. Draai eens iets uit de oude doos. Laat je kinderen in de auto luisteren naar muzikale verhalen zoals Jip en Janneke, Fluitje van een cent, Alfred J Kwak, Het Oinkbeest. Frank Groothof heeft een aantal opera’s bewerkt, die zijn geniaal en voorzien van een heerlijke dosis humor waar de ouders ook blij van worden.

Zou je dat wel doen?

Je kent dat wel. Je hebt een leuk idee, vind je zelf. Tot de reakties komen. ‘Zou je dat wel doen?’

Vroeger liet ik me ontmoedigen. Vooral door mijn ouders. Hun angst. Angst om anders te zijn. Er niet bij te horen. Angst om de nek uit te steken en angst voor financiële onzekerheid. Angst. Doen hoe het hoort, want anders…. Ja. Anders wat?

Clichés worden clichés omdat ze zo waar zijn dat ze als gegeven kunnen worden gesteld. Angst is een slechte raadgever. Je kent ‘m wel.

Want wat ik in de korte tijd dat ik dit leven leef al wel geleerd heb is dat alles wat in een flow gebeurt lukt. Het was voor mij al zo lang als ik me herinner geen optie om niet te zingen. Zingen moest en moet. Ik word gelukkig als ik zing en met muziek bezig ben. Ik word ongelofelijk gelukkig als ik in mijn zangpraktijk weer wonderen zie gebeuren. Zingen en muziek IS mijn flow. Geen wonder dat ik een goedlopende zangpraktijk heb.

Ik ben wel altijd aan het zoeken geweest naar ‘iets erbij’. Ik wist niet zo goed wat ‘iets’ was, dus ik ben maar ergens begonnen. Opleiding hier, opleiding daar. In de afgelopen vijf jaar heeft dat vooral te maken gehad met spirituele zaken en opleidingen en NLP. Al die zijpaden leidden altijd naar mijn zangpraktijk. Daar was en is mijn flow. Ik merk aan de stroom klanten dat in mijn Klankverwennerij ook flow zit. Ik voel het ook.

NLP wordt ook in het zakenleven uitgebreid ingezet. Ik ben nu aangekomen bij het fenomeen ‘modelleren’. Laat ik voorop stellen dat het zakenleven mij niet trekt. Targets, hoge bedragen, risico’s. Het zegt me niks en ik heb ook de associatie dat mensen en gevoel er in die wereld niet toe doen. Geld wel. Leuk om daar nog wat zelfonderzoek op los te laten.

Ik ben voor alles een gevoelig, artistiek mens. Maar dat modelleren deed ik al heel lang. Ik luisterde naar zangers en zangeressen die ik tof vond en ik ging imiteren. Wat gebeurt er, hoe werkt dat en hoe klinkt het. Wat vind ik mooi en hoe wil ik klinken? En terug: als ik zo klink als…; hoe voelt dat dan in mijn lichaam? En later: hoe kan ik dit vertalen zodat mijn leerlingen het ook gaan snappen. Bij modelleren ga je kijken en luisteren naar iemand die wat jij zou willen al doet, heeft, is. Je hoeft het wiel niet uit te vinden, je hoeft het alleen maar zo aan te passen dat het wiel bij jou gaat passen. Maar een wiel is een wiel.

Ik realiseerde me deze week – eind augustus 2019 – dat ik de angststem kwijt ben. Pas geleden zag ik een toffe aktie op internet: een stichting had fruitbomen opgekocht, omdat ze anders in de shredder zouden verdwijnen. Ik heb samen met wat andere wens-boomouders een stel bomen gekocht en ik heb ze in de tuin gezet. Ik ga er van uit dat we komend jaar of het jaar erna fruit hebben. Zo niet, dan heb ik plezier gehad met het idee bomen van de shredder te redden. Ik zie alleen maar winst. Ik heb een paprikaklokhuisje in een potje aarde gedaan. Nu groeien er paprikaplantjes. Best veel. Ik zie wel waar het heen gaat. Mijn kinderen geven de plantjes water en ze zien dat uit zo’n klokhuisje paprikaplantjes groeien. Ik zie alleen maar winst.

Niet iedereen kijkt zo. Want de fruitbomen zijn in het verkeerde seizoen hier gekomen. Er is wat twijfel over de juiste plek qua zon en de juiste afstand van elkaar. Ze hebben in de koeling gestaan, waardoor hun beleving van de seizoenen niet meer klopt. De paprikaplanten hadden in het voorjaar geplant moeten worden, want ze hebben meer warmte nodig dan er de komende tijd is. Ze worden groot. Dus dat past vast nooit op de vensterbank.

Kijk. Mij maakt het allemaal niet uit. Ik begin. Net zoals ik ‘even’ auditie ging doen bij het toenmalig Brabants Conservatorium, met als gevolg mijn huidige goedlopende praktijk. Is er flow, kan ik mijn energie die kant op houden, dan komt er fruit. Letterlijk en figuurlijk. Waar vroeger al mijn planten dood gingen, omdat ik ook de overtuiging had dat bij mij planten dood gingen, heb ik inmiddels de overtuiging dat ALLES wat ik doe, omdat ik het WIL, lukt. De planten die ik heb ontploffen van groenigheid en ook planten die niet bloeien, krijgen bij mij bloemetjes.

Mijn vraag wanneer ik ergens mee start is nooit of het gaat lukken, maar of ik de gevolgen van het succes van wat ik doe kan combineren met alles wat nu al aan het lukken is. Soms ben ik overenthousiast en dan begin ik aan teveel. Waardoor er gelukkig ook dingen geen fruit krijgen.

Aan het gegeven dat er maar 24 uur in een dag zitten kan zelfs ik niks doen.

Troepterroristen.

Troepterroristen.

Vandaag is de tweeling twee jaar oud! Wat een mijlpaal! Vanaf het moment dat ik die twee op de echo zag verschijnen dacht ik: ‘okee, als we die eerste twee jaar gehad hebben, dan wordt het echt leuk. Dan zitten er handvaten op, dan hebben we een goed ritme, dan is alles een soort van overzichtelijk.’

Het is bijna gelukt. We hebben het overleefd. En bij tijd en wijle is dat echt hoe het was. Gewoon een stap tegelijk. Sebas en ik hebben echt elkaars slechtste kanten gezien, want met zoveel chaos, krijsende minimensen, slaapgebrek, nul tijd voor jezelf en in de tijd voor jezelf alleen maar het grootste deel van je energie bij het luisteren of ze echt wel slapen, is er gewoon geen reserve meer.

We hebben ook elkaars beste kant gezien. Wat een prachtige papa is die man van mij. Wat een zorg en liefde zit er in mijn geliefde. Doorzetten kunnen we duidelijk allebei. Het bijltje is er nooit bij neergegooid en in al dat donker wat we gezien hebben, zijn we met zijn tweeën blijven zoeken naar de kleine lichtpuntjes. Elk verschilletje wordt een kloof, elk krasje wat je relatie heeft, wordt duidelijk als je ineens zoveel kinderen hebt. En dat we met de krasjes erbij toch zoveel van elkaar zijn blijven houden, vind ik een heel bijzonder gegeven. Zeker in deze tijd.

We hebben ook veel geleerd. Heel veel.

We kunnen onwijs genieten van stiekem eten in de keuken. Dan zijn we echt twee stoute kindjes die zonder te willen delen in de keuken zitten snaaien. Doen we dat openlijk, dan boffen we als we een hap binnen krijgen, want de apen willen alles. We realiseren ons na het gezamenlijke eten regelmatig dat we heel weinig gegeten hebben. Iedere keer dat je een boterham af hebt, heeft iemand er weer een op en wat doe je dan als ouder? Delen. Iets wat we onze kinderen ook leren. Hoe ik zo slank blijf? Nou, dit dus.

Koude thee en koffie zijn ook thee en koffie. We zijn al blij dat we wat binnenkrijgen. Het is nu ze wat groter zijn wel beter geworden, maar echt. Die gasten hebben een radar: ‘WAT! Mama wil even rustig zitten. Pak jij daar iets wat je niet mag, dan klim ik hier op de vensterbank!’ AANVALLUUHHHH!

Mensen met maar een kind die zeggen: ‘pfoe, wat is dat toch druk!’, lachen we uit. In alle liefde, hoor, anders is het natuurlijk wel heel 3D (zie dat blogje voor meer achtergrondinfo) Twee kleintjes en een peuter erbij geeft een nieuwe dimensie aan het fenomeen ‘druk’. Als je in je schema tijd hebt om een hele gedachte uit te denken zonder gestoord te worden, dan heb je geen idee wat ‘druk’ is.

Rommel. Ik heb altijd gedacht dat ik echt een megaslechte huisvrouw was. Maar voor deze kinderen was mijn huis echt brandschoon vergeleken met nu. En dat terwijl ik nu rustig twee keer per dag stofzuig, aanzienlijk meer poets dan vroeger. Elke keer toch weer een poging doe dat speelgoed op een plek te houden. En probeer bij te blijven met de was. Totaal tevergeefs. De troepterroristen hier winnen het elke keer weer. Elke keer vind ik weer voedselresten op plekken waar je ze niet verwacht. Plakken er stukken van mijn interieur op momenten dat er iemand op visite komt en ik het net schoongemaakt had. Zit mijn net verschoonde bed onder de koffievlekken omdat Sarah net wat te enthousiast koffie op bed komt brengen. ‘Gelukkig vind je koffie lekker ruiken, he mama?’ Aldus Sarah.

Liefde. Wat zijn wij in staat tot het voelen van bizar veel liefde. Een hele dag strijd met drie kinderen. En zodra een van die Beëlzebubjes valt, zijn er kusjes, knuffeltjes en liefde. Ook als je weet dat je daarna weer mikpunt bent van peuterpuberstreken en nog meer strijd.

En poep. Wat. Veel. Poep. De volgende mijlpaal gaat het zindelijk zijn van de tweeling worden. We hebben net weer twee van die dagen achter de rug. Het is virusjestijd en bij gezonde mensen komt dat er gewoon aan de achterkant uit. Bij deze mensen in hun luiers. Die best wat kunnen hebben, maar deze bijzondere substantie kwam er precies uit op het moment dat je net iedereen zijn/haar jas aangedaan hebt om te vertrekken. Naast de luier. Twee tegelijk. Simultaangepoept.

Vertraging is dan ook onvermijdelijk. Er moet een hutkoffer aan spullen mee. Ik vergeet altijd wel iets. Als ik in de auto stap, moet ik altijd nog minstens twee keer naar binnen voor de zaken die ik wel op tijd bedenk. En alles komt uiteindelijk altijd wel goed.

Mijn figuur ook. Na de keizersnede ging ik er eigenlijk van uit dat dat nooooooit meer goed zou komen. Ik had mezelf al verteld dat je met vijf kinderen best een moederig figuur mag hebben, dus ik ben er weinig mee bezig geweest. Ook geen buikspieroefening gedaan, want daar had ik simpelweg geen energie voor. Maar met het beweeglijker worden van de kinderen ging ik steeds harder van hot naar haar rennen om ze bij te houden. En toen ze een jaar waren, ben ik weer meer gaan zingen. Tegenwoordig zing ik weer erg veel en ik merk dat dat je buikspieren toch echt wel weer terug in het fatsoen werkt. Ik heb dus geen moederfiguur overgehouden aan al die kinderen. Ik ben gelukkig geen stress-eter en ik hou van gezond. Combineer dat met al het rondrennen en zingen en dan heb ik het zo slecht niet getroffen.

De clou. Alles komt altijd goed. Er is nog maar weinig dat mij de pis lauw maakt. Ik heb het te druk voor geneuzel en ik kies waar ik mijn energie aan besteed. Nee, ik ben even geen hele goede en attente vriendin, zus, kennis, buurvrouw. Ik loop altijd achter in het administratieve gedoe wat bij het hebben van een eigen bedrijf hoort. Moet ik iets instuderen, dan zit dat er minder goed in dan voor al die kinderen en die zwangerschapsdementie is niet meer weggegaan. Ik zou meer aandacht aan mijn allerliefste echtgenoot moeten besteden. (Van wie? Nou, van mezelf.)

Ik doe mijn best. Ik zie de kadootjes. Ook als het even niet leuk is. Ik ben aardig tegen mezelf. In deze chaos oppervrouw zijn is onmogelijk. Ik ga het mezelf dus gewoon niet opleggen.

Als we ’s morgens met zijn allen in ons bed Buurman en Buurman hangen te kijken, dan ben ik rijker dan wie dan ook. Samen mijn favoriete kinderfilms kijken, wat heerlijk! Zien hoe Sebas zich uitleeft met Lego en K’nex en hoe die kleintjes meedoen. Smelt. Blije minimensen die op hun grote zussen af vliegen wanneer ze langskomen.

Je krijgt er gelukkig ook heel veel voor terug.

“Dat liedje”, ofwel: je leert niks.

Een van mijn jongere pupillen overwoog overstap naar een andere docente. De reden is dat ze bij mij niks leert, want we zijn de laatste tijd alleen maar met ‘dat liedje’ bezig geweest.

Ik zal me verduidelijken. ‘Dat liedje’ is een zelf geschreven song. Om zoiets tot stand te laten komen moeten enkele dingen gebeuren. De werkwijze is als volgt: mijn pupil moet eerst nadenken over wat voor lied het moet gaan worden en kiest drie voorbeeldliedjes uit. Doel daarvan is dat ik te weten kom wat mijn pupil mooi vindt. Er moet dus goed geluisterd worden. Wat voor instrumenten hoor je? Welke vind je mooi, wat zou je ook graag in je eigen song terug horen? Als er drie totaal verschillende liedjes gekozen worden, waar is dan de rode draad? Je leert dus ontzettend analytisch luisteren. Want je moet namelijk ook een vorm gaan kiezen voor je lied. Couplet, prechorus, refrein, bridge. A – B – A – B – C? Pure muziekanalyse. Benoemen wat je mooi vindt en met andere oren luisteren dan wanneer je meegalmt met dat lied wat je kent van de radio.

Dan moet je gaan besluiten waar je lied over gaat. Mijn tip is standaard om het niet te ver te zoeken. Om in je eigen belevenissen te zoeken wat je graag wil gebruiken om een lied te schrijven. Daar zijn hele bijzondere teksten uit voortgekomen, al vijf jaar op rij. Je leert woorden te geven aan wat je beleeft en voelt. Je leert prioriteit te geven aan wat je de belangrijkste boodschap vindt. Begrijpend lezen, maar dan vanuit jezelf. Veel jongeren willen hun song graag in het engels, dus het moet ook charmant vertaald worden. En een flow krijgen. Want niet zomaar alle woorden stromen lekker na elkaar. Daar moet je over nadenken en wederom prioriteit stellen aan wat jij belangrijk vindt. En luisteren en voelen wat jij mooi vindt.

Daarna moet je je tekst een melodie gaan geven en de gekozen woorden passend en wederom stromend gaan maken met de muziek. Je moet heel goed luisteren. Anticiperen, dus weten waar je uit gaat komen met je melodie en je woorden. Je moet je gekozen melodie onthouden en uitwerken. Want wat je vandaag mooi vindt, vind je volgende week misschien toch mooier met een net andere draai eraan. Je moet dynamiek aanbrengen in je song. Waar zing je harder, zachter, wat voor sfeer heeft welke passage en hoe maak je dat met je stem. Zangtechniek, helemaal op jouw verhaal afgestemd.

Opnemen is de volgende stap. En jezelf terughoren is een genadeloze reality-check. Je hoort wat je doet en wordt keihard geconfronteerd met het verschil tussen wat je dacht dat je deed en wat er werkelijk te horen is aan de buitenkant. Daar zit namelijk nogal een verschil in. Die microfoon geeft het precies weer zoals het is. Doordat je stembanden aan de binnenkant van je hoofd, vlakbij je oren zitten, hoor je gewoon niet hoe je voor anderen klinkt. Je leert ongelofelijk veel van het inzingen en ik zie mensen in een paar weken enorme stappen maken. Gewoon omdat ze kiezen om te klinken zoals ze willen klinken. Weten wat je wil is het allerbelangrijkste in het ontwikkelen van je eigen muzikale identiteit.

En toen alle songs af waren, hebben we met zijn allen gerepeteerd met de band erbij. Dat is nadat Sebas er een mooi arrangement van gemaakt heeft met instructies van de songwriter, mijn pupil. Die instructies zijn ontstaan na de voorbeeldjes met uitleg uit paragraaf 2 van dit blogje: naar aanleiding van het luisteren naar en analyseren van de voorbeeldsongs besluiten hoe het uiteindelijke resultaat mag gaan klinken. Dus welke instrumenten, geluiden, drumflow etc. er mogen zijn. Benoemen wat je perse niet wenst, hoort daar ook bij. Een van de aantekeningen bij een van de songs was: ‘mag NIET klinken als Adele of Sean Mendes.’ Duidelijke taal!

Tijdens de bandrepetitie ben je bezig met microfoontechniek. Communiceren met je band, wat weer een stap verder is dan communiceren met je zangdocente die achter de piano zit. Er zitten andere pupillen te luisteren, dus je leert ook van elkaar. En je hebt je eerste publiek voor het aanstaande concert al een keertje gehad. Je kent je lied uit je hoofd, zodat je ook ruimte hebt om bezig te zijn met wat voor jou goed voelt in zo’n band.

En dan de GROTE klapper: het concert. Het is pas over een paar dagen, maar ik weet nu al dat mensen ook daarvan weer een groeisprong maken! Je vertelt daar jouw persoonlijke verhaal. Jouw eigen lied. Je geeft een zielskadootje. En dat is heel bijzonder en hopelijk krijg ik dat gegeven ook binnen bij mijn leerlingen en hun ouders.

‘Dat liedje’ is voor heel veel van mijn leerlingen de afgelopen vijf jaar een enorme groeiperiode geweest. Je wordt je bewust van dingen die je anders niet op zouden vallen. Je moet keuzes maken waar je bij het zingen van andermans songs niet over na hoeft te denken. Je bent creatief, taalvaardig, muzikaal en qua ruimte innemen en jezelf durven laten zien en horen ongelofelijk druk bezig.

Als dat niet leerzaam is, dan ga ik graag door met dit nutteloze vak. Want ik geniet echt elke dag van het zien hoe mensen groeien. Jong en oud. Zangles hebben is zoooooveel meer dan aan je zangtechniek werken. Je werkt aan je hele zelf. Is dat nutteloos? Leer je dan niks?

Ik wil nog een tip meegeven aan alle ouders van kinderen op muziekles: communiceer! Heb je twijfels over de inhoud van de lessen, overleg eens met de docent. Als mijn dochter terug komt van school, krijg ik als antwoord op mijn vraag hoe het was: ‘heel leuk’ en dan gaat ze door met waar ze mee bezig is. Ja, ik kan daaruit concluderen dat ze niks leert op school. Maar ik kan ook even aan de leerkracht vragen hoe het gaat en wat er zoal gebeurt in een les.

Voor nu sluit ik af met hoe ongelofelijk trots ik ben op de vorderingen die gemaakt zijn met deze periode songwriting. Vooral ook omdat de verhalen die dit jaar voorbij zijn gekomen met de achtergronden erbij ongelofelijk bijzonder zijn. Wat maken mensen, jonger en ouder, toch veel mee en wat is het fantastisch om dat kwijt te kunnen in muziek!

Zelluf doen!

Zelluf doen!!

Peuters snappen het. En wij leren het ze af.

Ik had onlangs een toffe sessie met iemand. Op een vlak waar ik vaag wat verstand van heb. Aangezien alles zangles is in ’t leven, durfde ik het in ieder geval aan om eens te komen observeren en te vertellen wat ik zag. Ik werd daartoe gelukkig ook uitgenodigd, want de dame in kwestie wilde gewoon leren. Heerlijk als iemand zo open kan staan.

Op mijn vraag waarom ze iets op een bepaalde manier deed, vertelde ze dat iemand die er veel verstand van had, haar verteld had dat dat zo moest.

Een peuter zou snappen hoe op zoiets te reageren, maar wij, wijze volwassenen moeten soms aan de wijsheid van peuters herinnerd worden.

Mijn tegenvraag was: ‘hoe voelt het voor jou?’ -‘Niet fijn in mijn rug.’ -‘Zoek maar een houding op die voor jou wel fijn voelt’.

Met het veranderen van de houding naar lekker voelen, zag ik aan alle kanten ontspanning ontstaan.

Alles is zangles. Een zangdocent kan jou de beste technieken aanleren. Maar houd die peuter aanwezig! Zelluf doen! Ik heb in mijn leven evenveel goede dingen als totale onzin aangeleerd gekregen. Van zangdocenten die allemaal zeker wisten dat het goed was wat ze me probeerden te vertellen. Op muziekscholen en op het conservatorium. Gelukkig ben ik altijd al heel eigenwijs. Ik bepaal zelf wel of wat jij zegt dat goed voor mij is, ook echt werkt bij mij.

De laatste tijd heb ik behoorlijk intensief aan mezelf gewerkt met behulp van Universal Voice, het voormalige EVTS. Het is een grondige, fundamentele manier van naar zingen kijken en luisteren. Daarmee bedoel ik dat er echt gezocht wordt – en via oefeningen bepaald wordt – hoe jouw stembanden zich gedragen. Of in dit geval de mijne. En waar verbetering mogelijk zou zijn.

In de auto heb ik op dit moment de musical Elisabeth op staan. Meezingen en imiteren is vaak een fijne manier om uit te proberen wat je kunt. En toen ik – aardig wat jaren geleden – de cd kocht heb ik dat maar al teveel gedaan. Heerlijk! Nu trouwens weer, want al zou ik het willen, ik kan met geen mogelijkheid mijn klep houden als er wat te zingen valt. Mijn leerlingen kunnen hierover meepraten.

Pia Douwes is een zangeres die ongelofelijk veel kern in haar stem heeft. Ze snijdt met haar stem zo je trommelvliezen in en ik ken niemand die dat zo kan. Met een flinke dosis twang knalt ze de hoogste tonen er uit met een gemak waar ik U tegen zeg. En ineens viel er een kwartje. De techniek die ik onlangs leerde om te zorgen dat mijn stembanden zich weer wat beter sluiten, maakt ook dat ik heel musical klink. Gaaf om te kunnen. Maar.

Dat zet me weer terug naar mijn aloude basisvraag: wat WIL ik? Wat VOEL ik? Hoe WIL ik klinken? Alles is namelijk mogelijk. Als je maar luistert naar jezelf, naar wat je lichaam je zegt. Ik wil ALLES.

Natuurlijk blijf ik trainen om mijn stembanden in goede conditie te houden. Om de dreun die ze met de geboorte van de tweeling gehad hebben weer ongedaan te maken. Ik heb geleerd waar ik precies op moet letten en ik let daarop. Maar wat hoor je als je me hoort zingen met mijn band Equisa? (mocht je dat zelf willen bepalen, zoek dan op youtube ‘petra honing equisa’)

In de bijscholing Complete Vocal Technique had ik een lied van Equisa meegenomen. Joosje (Jochems) wees op het schema aan wat ik aan stemfuncties gebruikte tijdens het zingen en haar vinger vloog werkelijk over het schema.

Ik WIL alles, ik DOE alles en in veel van mijn songs, hoor je alles ook voorbij komen. Omdat het lekker voelt. En zing ik hetzelfde lied morgen, dan zing ik het weer anders. Om dat ik niet meer denk aan hoe het moet, maar doe wat ik voel.

Hoe irritant mijn peuter soms is, ze snapt de essentie.

Raar volk.

Mijn man is gitarist. Voor de mensen die het nog niet weten: hij heet Sebas, is goddelijk knap, ook lief, een geweldige vader. Ik ken hem al tien jaar en een beetje en we zijn al bijna tien jaar lang en gelukkig aan het leven, zoals onze 3-jarige dochter Sarah zegt. Maar ik ben als eerste verliefd geworden op zijn gitaarspel. Heavenly heette het liedje, een instrumentaaltje. En ik leerde het kennen toen ik overwoog zijn toenmalige band Galanor (het huidige Equisa) op auditie te vragen. Ze zochten een zangeres.

Gitaristen zijn doorgaans best leuke mensen. Ik zal even verduidelijken: op het conservatorium was het al duidelijk dat elk instrument een eigen karakter had. De term ‘strijkers zijn zeikers’ bijvoorbeeld. (euhm, ik heb daar natuurlijk absoluut geen mening over 😉 ) Maar de blazers waren de gezellige, ‘bier drinkende’ kletsers. Drummers zijn duizendpoten, ze lijken vaak van elk instrument wel wat te weten, wat heerlijk is in een band. Een drummer legt je tapijt en heb je een goede drummer die zich bewust is van de rest van de band, dan hoeft de rest eigenlijk maar half zijn best te doen, omdat de drummer zoveel draagt.

Gitaristen zijn echt anders dan bassisten. Meer voorop. Uitgesproken. En gitaristen zijn leuk. Ik zal dat ook even verduidelijken: ik ben zangeres. Zangeressen zeuren. Altijd maar excuses maken voor waarom ze op dat moment niet optimaal zullen presteren, om vervolgens de sterren van de hemel te zingen. En zich dan achteraf op de kop te slaan voor die drie scheve noten die ze – naast 3000 prachtige – gezongen hebben. Super kritisch. Naar zichzelf en elkaar. Ik merk het ook op fora. Vocalistengroepen op facebook bijvoorbeeld.

Geen vocalist is leuk en complimenteus naar een andere vocalist. Ik weet niet wat dat is. Als ik wel eens meekijk met Sebas op een vergelijkbaar gitaristenforum, dan zie ik het daar draaien om elkaar inspireren. Kicken op wat de ander weer uitgevogeld, of uitgeprobeerd heeft. Goede ideeën zijn daar wat het zijn: goede ideeën. Waar mensen enthousiast over zijn en mee aan de slag gaan en hier trots op zijn. Openlijk blij zijn dat ze weer wat van elkaar geleerd hebben. En Sebas is dan trots dat iemand zijn idee of gedachte tof vindt.

Dat inspireert en triggert elkaar om weer een stapje te groeien. Heerlijk toch?

Wat is het dan toch met die vocalisten dat dat niet gebeurt? Zo’n forum is een overzichtje van opmerkingen van mensen. Een overzicht van cursussen die collega’s geven. Heel soms iemand die iets persoonlijks op zanggebied deelt. Maar vooral nul interactie en vooral geen likes, hartjes en complimenten. Of erkenning. Wel regelmatig kritische noten. En dat met bijna 2000 leden!

Is het een concurrentieding? Zien wij – vocalisten en docenten – elkaar als concurrent? In plaats van inspirator? In mijn ogen kun je in ALLES wat je doet alleen maar jezelf zijn. Ik heb ook regelmatig geprobeerd iemand anders te zijn. De kosmos ondersteunt dat gewoon niet. En in die zin geloof ik ook niet in concurrentie. Mensen hebben les van mij, omdat ik ze weet te inspireren. Een trapje hoger qua zangtechniek, doordat mijn uitleg aanhaakt. Een stukje vrijer als persoon, omdat mijn visie op het leven uitnodigt tot vrij. Vertrouwen.

Omdat je nou eenmaal alleen maar jezelf kunt zijn en dus nooit bang hoeft te zijn. Want je bent jezelf. Vet tof en wat mij betreft alle reden om wel complimenteus te zijn! Zingen is het persoonlijkste wat je iemand kunt geven. Als je het om de juiste redenen doet (en omdat je manager veel geld aan je verdient en je een mega schadeclaim aan je broek krijgt als je niet al je concerten zingt, vind ik niet onder die noemer vallen) kun je het niet fout doen. Dan geef je een kadootje, wat niemand anders ooit zou kunnen geven!