Troepterroristen.

Troepterroristen.

Vandaag is de tweeling twee jaar oud! Wat een mijlpaal! Vanaf het moment dat ik die twee op de echo zag verschijnen dacht ik: ‘okee, als we die eerste twee jaar gehad hebben, dan wordt het echt leuk. Dan zitten er handvaten op, dan hebben we een goed ritme, dan is alles een soort van overzichtelijk.’

Het is bijna gelukt. We hebben het overleefd. En bij tijd en wijle is dat echt hoe het was. Gewoon een stap tegelijk. Sebas en ik hebben echt elkaars slechtste kanten gezien, want met zoveel chaos, krijsende minimensen, slaapgebrek, nul tijd voor jezelf en in de tijd voor jezelf alleen maar het grootste deel van je energie bij het luisteren of ze echt wel slapen, is er gewoon geen reserve meer.

We hebben ook elkaars beste kant gezien. Wat een prachtige papa is die man van mij. Wat een zorg en liefde zit er in mijn geliefde. Doorzetten kunnen we duidelijk allebei. Het bijltje is er nooit bij neergegooid en in al dat donker wat we gezien hebben, zijn we met zijn tweeën blijven zoeken naar de kleine lichtpuntjes. Elk verschilletje wordt een kloof, elk krasje wat je relatie heeft, wordt duidelijk als je ineens zoveel kinderen hebt. En dat we met de krasjes erbij toch zoveel van elkaar zijn blijven houden, vind ik een heel bijzonder gegeven. Zeker in deze tijd.

We hebben ook veel geleerd. Heel veel.

We kunnen onwijs genieten van stiekem eten in de keuken. Dan zijn we echt twee stoute kindjes die zonder te willen delen in de keuken zitten snaaien. Doen we dat openlijk, dan boffen we als we een hap binnen krijgen, want de apen willen alles. We realiseren ons na het gezamenlijke eten regelmatig dat we heel weinig gegeten hebben. Iedere keer dat je een boterham af hebt, heeft iemand er weer een op en wat doe je dan als ouder? Delen. Iets wat we onze kinderen ook leren. Hoe ik zo slank blijf? Nou, dit dus.

Koude thee en koffie zijn ook thee en koffie. We zijn al blij dat we wat binnenkrijgen. Het is nu ze wat groter zijn wel beter geworden, maar echt. Die gasten hebben een radar: ‘WAT! Mama wil even rustig zitten. Pak jij daar iets wat je niet mag, dan klim ik hier op de vensterbank!’ AANVALLUUHHHH!

Mensen met maar een kind die zeggen: ‘pfoe, wat is dat toch druk!’, lachen we uit. In alle liefde, hoor, anders is het natuurlijk wel heel 3D (zie dat blogje voor meer achtergrondinfo) Twee kleintjes en een peuter erbij geeft een nieuwe dimensie aan het fenomeen ‘druk’. Als je in je schema tijd hebt om een hele gedachte uit te denken zonder gestoord te worden, dan heb je geen idee wat ‘druk’ is.

Rommel. Ik heb altijd gedacht dat ik echt een megaslechte huisvrouw was. Maar voor deze kinderen was mijn huis echt brandschoon vergeleken met nu. En dat terwijl ik nu rustig twee keer per dag stofzuig, aanzienlijk meer poets dan vroeger. Elke keer toch weer een poging doe dat speelgoed op een plek te houden. En probeer bij te blijven met de was. Totaal tevergeefs. De troepterroristen hier winnen het elke keer weer. Elke keer vind ik weer voedselresten op plekken waar je ze niet verwacht. Plakken er stukken van mijn interieur op momenten dat er iemand op visite komt en ik het net schoongemaakt had. Zit mijn net verschoonde bed onder de koffievlekken omdat Sarah net wat te enthousiast koffie op bed komt brengen. ‘Gelukkig vind je koffie lekker ruiken, he mama?’ Aldus Sarah.

Liefde. Wat zijn wij in staat tot het voelen van bizar veel liefde. Een hele dag strijd met drie kinderen. En zodra een van die Beëlzebubjes valt, zijn er kusjes, knuffeltjes en liefde. Ook als je weet dat je daarna weer mikpunt bent van peuterpuberstreken en nog meer strijd.

En poep. Wat. Veel. Poep. De volgende mijlpaal gaat het zindelijk zijn van de tweeling worden. We hebben net weer twee van die dagen achter de rug. Het is virusjestijd en bij gezonde mensen komt dat er gewoon aan de achterkant uit. Bij deze mensen in hun luiers. Die best wat kunnen hebben, maar deze bijzondere substantie kwam er precies uit op het moment dat je net iedereen zijn/haar jas aangedaan hebt om te vertrekken. Naast de luier. Twee tegelijk. Simultaangepoept.

Vertraging is dan ook onvermijdelijk. Er moet een hutkoffer aan spullen mee. Ik vergeet altijd wel iets. Als ik in de auto stap, moet ik altijd nog minstens twee keer naar binnen voor de zaken die ik wel op tijd bedenk. En alles komt uiteindelijk altijd wel goed.

Mijn figuur ook. Na de keizersnede ging ik er eigenlijk van uit dat dat nooooooit meer goed zou komen. Ik had mezelf al verteld dat je met vijf kinderen best een moederig figuur mag hebben, dus ik ben er weinig mee bezig geweest. Ook geen buikspieroefening gedaan, want daar had ik simpelweg geen energie voor. Maar met het beweeglijker worden van de kinderen ging ik steeds harder van hot naar haar rennen om ze bij te houden. En toen ze een jaar waren, ben ik weer meer gaan zingen. Tegenwoordig zing ik weer erg veel en ik merk dat dat je buikspieren toch echt wel weer terug in het fatsoen werkt. Ik heb dus geen moederfiguur overgehouden aan al die kinderen. Ik ben gelukkig geen stress-eter en ik hou van gezond. Combineer dat met al het rondrennen en zingen en dan heb ik het zo slecht niet getroffen.

De clou. Alles komt altijd goed. Er is nog maar weinig dat mij de pis lauw maakt. Ik heb het te druk voor geneuzel en ik kies waar ik mijn energie aan besteed. Nee, ik ben even geen hele goede en attente vriendin, zus, kennis, buurvrouw. Ik loop altijd achter in het administratieve gedoe wat bij het hebben van een eigen bedrijf hoort. Moet ik iets instuderen, dan zit dat er minder goed in dan voor al die kinderen en die zwangerschapsdementie is niet meer weggegaan. Ik zou meer aandacht aan mijn allerliefste echtgenoot moeten besteden. (Van wie? Nou, van mezelf.)

Ik doe mijn best. Ik zie de kadootjes. Ook als het even niet leuk is. Ik ben aardig tegen mezelf. In deze chaos oppervrouw zijn is onmogelijk. Ik ga het mezelf dus gewoon niet opleggen.

Als we ’s morgens met zijn allen in ons bed Buurman en Buurman hangen te kijken, dan ben ik rijker dan wie dan ook. Samen mijn favoriete kinderfilms kijken, wat heerlijk! Zien hoe Sebas zich uitleeft met Lego en K’nex en hoe die kleintjes meedoen. Smelt. Blije minimensen die op hun grote zussen af vliegen wanneer ze langskomen.

Je krijgt er gelukkig ook heel veel voor terug.

“Dat liedje”, ofwel: je leert niks.

Een van mijn jongere pupillen overwoog overstap naar een andere docente. De reden is dat ze bij mij niks leert, want we zijn de laatste tijd alleen maar met ‘dat liedje’ bezig geweest.

Ik zal me verduidelijken. ‘Dat liedje’ is een zelf geschreven song. Om zoiets tot stand te laten komen moeten enkele dingen gebeuren. De werkwijze is als volgt: mijn pupil moet eerst nadenken over wat voor lied het moet gaan worden en kiest drie voorbeeldliedjes uit. Doel daarvan is dat ik te weten kom wat mijn pupil mooi vindt. Er moet dus goed geluisterd worden. Wat voor instrumenten hoor je? Welke vind je mooi, wat zou je ook graag in je eigen song terug horen? Als er drie totaal verschillende liedjes gekozen worden, waar is dan de rode draad? Je leert dus ontzettend analytisch luisteren. Want je moet namelijk ook een vorm gaan kiezen voor je lied. Couplet, prechorus, refrein, bridge. A – B – A – B – C? Pure muziekanalyse. Benoemen wat je mooi vindt en met andere oren luisteren dan wanneer je meegalmt met dat lied wat je kent van de radio.

Dan moet je gaan besluiten waar je lied over gaat. Mijn tip is standaard om het niet te ver te zoeken. Om in je eigen belevenissen te zoeken wat je graag wil gebruiken om een lied te schrijven. Daar zijn hele bijzondere teksten uit voortgekomen, al vijf jaar op rij. Je leert woorden te geven aan wat je beleeft en voelt. Je leert prioriteit te geven aan wat je de belangrijkste boodschap vindt. Begrijpend lezen, maar dan vanuit jezelf. Veel jongeren willen hun song graag in het engels, dus het moet ook charmant vertaald worden. En een flow krijgen. Want niet zomaar alle woorden stromen lekker na elkaar. Daar moet je over nadenken en wederom prioriteit stellen aan wat jij belangrijk vindt. En luisteren en voelen wat jij mooi vindt.

Daarna moet je je tekst een melodie gaan geven en de gekozen woorden passend en wederom stromend gaan maken met de muziek. Je moet heel goed luisteren. Anticiperen, dus weten waar je uit gaat komen met je melodie en je woorden. Je moet je gekozen melodie onthouden en uitwerken. Want wat je vandaag mooi vindt, vind je volgende week misschien toch mooier met een net andere draai eraan. Je moet dynamiek aanbrengen in je song. Waar zing je harder, zachter, wat voor sfeer heeft welke passage en hoe maak je dat met je stem. Zangtechniek, helemaal op jouw verhaal afgestemd.

Opnemen is de volgende stap. En jezelf terughoren is een genadeloze reality-check. Je hoort wat je doet en wordt keihard geconfronteerd met het verschil tussen wat je dacht dat je deed en wat er werkelijk te horen is aan de buitenkant. Daar zit namelijk nogal een verschil in. Die microfoon geeft het precies weer zoals het is. Doordat je stembanden aan de binnenkant van je hoofd, vlakbij je oren zitten, hoor je gewoon niet hoe je voor anderen klinkt. Je leert ongelofelijk veel van het inzingen en ik zie mensen in een paar weken enorme stappen maken. Gewoon omdat ze kiezen om te klinken zoals ze willen klinken. Weten wat je wil is het allerbelangrijkste in het ontwikkelen van je eigen muzikale identiteit.

En toen alle songs af waren, hebben we met zijn allen gerepeteerd met de band erbij. Dat is nadat Sebas er een mooi arrangement van gemaakt heeft met instructies van de songwriter, mijn pupil. Die instructies zijn ontstaan na de voorbeeldjes met uitleg uit paragraaf 2 van dit blogje: naar aanleiding van het luisteren naar en analyseren van de voorbeeldsongs besluiten hoe het uiteindelijke resultaat mag gaan klinken. Dus welke instrumenten, geluiden, drumflow etc. er mogen zijn. Benoemen wat je perse niet wenst, hoort daar ook bij. Een van de aantekeningen bij een van de songs was: ‘mag NIET klinken als Adele of Sean Mendes.’ Duidelijke taal!

Tijdens de bandrepetitie ben je bezig met microfoontechniek. Communiceren met je band, wat weer een stap verder is dan communiceren met je zangdocente die achter de piano zit. Er zitten andere pupillen te luisteren, dus je leert ook van elkaar. En je hebt je eerste publiek voor het aanstaande concert al een keertje gehad. Je kent je lied uit je hoofd, zodat je ook ruimte hebt om bezig te zijn met wat voor jou goed voelt in zo’n band.

En dan de GROTE klapper: het concert. Het is pas over een paar dagen, maar ik weet nu al dat mensen ook daarvan weer een groeisprong maken! Je vertelt daar jouw persoonlijke verhaal. Jouw eigen lied. Je geeft een zielskadootje. En dat is heel bijzonder en hopelijk krijg ik dat gegeven ook binnen bij mijn leerlingen en hun ouders.

‘Dat liedje’ is voor heel veel van mijn leerlingen de afgelopen vijf jaar een enorme groeiperiode geweest. Je wordt je bewust van dingen die je anders niet op zouden vallen. Je moet keuzes maken waar je bij het zingen van andermans songs niet over na hoeft te denken. Je bent creatief, taalvaardig, muzikaal en qua ruimte innemen en jezelf durven laten zien en horen ongelofelijk druk bezig.

Als dat niet leerzaam is, dan ga ik graag door met dit nutteloze vak. Want ik geniet echt elke dag van het zien hoe mensen groeien. Jong en oud. Zangles hebben is zoooooveel meer dan aan je zangtechniek werken. Je werkt aan je hele zelf. Is dat nutteloos? Leer je dan niks?

Ik wil nog een tip meegeven aan alle ouders van kinderen op muziekles: communiceer! Heb je twijfels over de inhoud van de lessen, overleg eens met de docent. Als mijn dochter terug komt van school, krijg ik als antwoord op mijn vraag hoe het was: ‘heel leuk’ en dan gaat ze door met waar ze mee bezig is. Ja, ik kan daaruit concluderen dat ze niks leert op school. Maar ik kan ook even aan de leerkracht vragen hoe het gaat en wat er zoal gebeurt in een les.

Voor nu sluit ik af met hoe ongelofelijk trots ik ben op de vorderingen die gemaakt zijn met deze periode songwriting. Vooral ook omdat de verhalen die dit jaar voorbij zijn gekomen met de achtergronden erbij ongelofelijk bijzonder zijn. Wat maken mensen, jonger en ouder, toch veel mee en wat is het fantastisch om dat kwijt te kunnen in muziek!

Kwetsbaar!

Om de facebookpagina van A Different Tune een beetje levendig te houden, had ik een filmpje op mijn pagina gezet. Gewoon om de informatie die ik deel wat levendiger te maken. En heel misschien omdat ik nou eenmaal enthousiast ben over alles wat met zingen en mijn muziekschool te maken heeft. Daarbij is het voor mijn leerlingen en mogelijk geïnteresseerden leuk om te zien wat ik kan en doe. En is het niet je ding, prima. Je kunt op facebook namelijk overslaan wat je niet wil zien.

Van Ton van Kesteren, iemand die ik niet ken, die nota bene een studio heeft en zich dus ook bewust zou kunnen (en in mijn ogen moeten) zijn van wat hij op welke manier op facebook plaatst – je klanten lezen je comments ook – kreeg ik me toch een sneer. “Wat een slecht stem geluid! helemaal in het hoog, geknepen en penetrant.”

Ik was flabbergasted! Zal vast mijn naïviteit zijn. Als je dingen op facebook zet ben je vogelvrij. Maar ik zou nooit-nooit-absoluut-noooooit zoiets als reaktie geven. Nooit.

Natuurlijk heb ik hem verzocht even een filmpje te posten waarin hij me laat zien hoe het wel moet, maar ik vrees dat ik daarop lang mag gaan wachten.

Wat volgde is het interessante gedeelte. Ik ben geen klein meisje meer. Ik heb al ongelofelijk veel zangles gehad en ik school me goed bij, wat ook gewoon zangles is met wat extra aandacht voor de didactiek die erbij hoort. Ik heb dus de nodige ervaring met bijbehorend zelfvertrouwen.

Faalangst is ook nog eens mijn specialiteit en er zijn geregeld leerlingen die te maken hebben met pesten. Sterkte in jezelf vinden en in je kracht blijven, waar je je juist onveilig of onzeker voelt is een groot deel van mijn lessen.

Toch hakte die opmerking er in. Hard. Ik ging gelijk twijfelen. Zing ik echt zo slecht? Okee, ik demonstreer de nodige twang en die heeft als werking dat je scherper klinkt. Maar ik voel me niet geknepen als ik zing. Ja, het was de zevende keer dat ik dat filmpje opnam, want ik werd steeds gestoord, wat niet echt goed is voor je ontspanning. Maar ik zat echt wel gewoon lekker te zingen. Toch?

Wat is dat toch? Die ene opmerking. BAM! Honderd keer kun je welgemeend horen dat je mooi zingt. Ik heb al heel vaak als commentaar gehad dat ik mensen raak. Ik neem mezelf zo vaak op dat ik inmiddels ook echt wel de geluiden weet te maken die ik zelf mooi vind. En ik weet inmiddels zoveel van stembanden dat ik ook weet dat je lijf het je zegt als je ‘niet goed’ zingt. Of in de woorden die ik zelf tijdens lessen gebruik: wanneer het economisch verantwoorder zou kunnen. Makkelijker.

Geluid maken is een keus. Je lijf, de bouw ervan en de vorm en lengte van je stembanden, de vorm van je hoofd, die geven je een basisgeluid.. Met dat geluid kun je nog zoveel! Wat lichter, wat donkerder, zwoel of scherp, borststem of kopstem, hard, zacht met al dan niet effect.

Ga ik me wat aantrekken van iemand die me waarschijnijk in het echte leven niet aan zou durven spreken? Natuurlijk niet. Maar wat is zingen toch kwetsbaar! Zelfs bij mij, met al mijn levens- en zangervaring. Ik realiseer me enorm hoe dat moet zijn voor mijn leerlingen. Dat een verkeerd geplaatste nare opmerking van iemand hele grote gevolgen kan hebben. Van mij zal die opmerking nooit komen. En ik hoop iedereen voldoende mee te geven om die nare opmerking van die persoon die altijd wel iets te zeuren heeft zo af te kunnen ketsen.

Bij ons thuis is al jaren de regel: als je niks leuks te zeggen hebt, hou dan je mond! Echt, wat heb je eraan om lekker anoniem iemand zo aan te spreken? Ik ga echt niet anders zingen, hoor. Dit blogje is dan ook vooral bedoeld voor gevoelige types zoals ikzelf. Doe wat je doet en zing wie je bent. Je kunt nooit iedereen plezieren, dus doe jezelf een plezier. Er zijn er namelijk ook altijd genoeg die je plezier heel graag delen. En ookal ben je zelf de belangrijkste persoon om voor te zingen, voor hen doe je het toch ook graag <3

Zelluf doen!

Zelluf doen!!

Peuters snappen het. En wij leren het ze af.

Ik had onlangs een toffe sessie met iemand. Op een vlak waar ik vaag wat verstand van heb. Aangezien alles zangles is in ’t leven, durfde ik het in ieder geval aan om eens te komen observeren en te vertellen wat ik zag. Ik werd daartoe gelukkig ook uitgenodigd, want de dame in kwestie wilde gewoon leren. Heerlijk als iemand zo open kan staan.

Op mijn vraag waarom ze iets op een bepaalde manier deed, vertelde ze dat iemand die er veel verstand van had, haar verteld had dat dat zo moest.

Een peuter zou snappen hoe op zoiets te reageren, maar wij, wijze volwassenen moeten soms aan de wijsheid van peuters herinnerd worden.

Mijn tegenvraag was: ‘hoe voelt het voor jou?’ -‘Niet fijn in mijn rug.’ -‘Zoek maar een houding op die voor jou wel fijn voelt’.

Met het veranderen van de houding naar lekker voelen, zag ik aan alle kanten ontspanning ontstaan.

Alles is zangles. Een zangdocent kan jou de beste technieken aanleren. Maar houd die peuter aanwezig! Zelluf doen! Ik heb in mijn leven evenveel goede dingen als totale onzin aangeleerd gekregen. Van zangdocenten die allemaal zeker wisten dat het goed was wat ze me probeerden te vertellen. Op muziekscholen en op het conservatorium. Gelukkig ben ik altijd al heel eigenwijs. Ik bepaal zelf wel of wat jij zegt dat goed voor mij is, ook echt werkt bij mij.

De laatste tijd heb ik behoorlijk intensief aan mezelf gewerkt met behulp van Universal Voice, het voormalige EVTS. Het is een grondige, fundamentele manier van naar zingen kijken en luisteren. Daarmee bedoel ik dat er echt gezocht wordt – en via oefeningen bepaald wordt – hoe jouw stembanden zich gedragen. Of in dit geval de mijne. En waar verbetering mogelijk zou zijn.

In de auto heb ik op dit moment de musical Elisabeth op staan. Meezingen en imiteren is vaak een fijne manier om uit te proberen wat je kunt. En toen ik – aardig wat jaren geleden – de cd kocht heb ik dat maar al teveel gedaan. Heerlijk! Nu trouwens weer, want al zou ik het willen, ik kan met geen mogelijkheid mijn klep houden als er wat te zingen valt. Mijn leerlingen kunnen hierover meepraten.

Pia Douwes is een zangeres die ongelofelijk veel kern in haar stem heeft. Ze snijdt met haar stem zo je trommelvliezen in en ik ken niemand die dat zo kan. Met een flinke dosis twang knalt ze de hoogste tonen er uit met een gemak waar ik U tegen zeg. En ineens viel er een kwartje. De techniek die ik onlangs leerde om te zorgen dat mijn stembanden zich weer wat beter sluiten, maakt ook dat ik heel musical klink. Gaaf om te kunnen. Maar.

Dat zet me weer terug naar mijn aloude basisvraag: wat WIL ik? Wat VOEL ik? Hoe WIL ik klinken? Alles is namelijk mogelijk. Als je maar luistert naar jezelf, naar wat je lichaam je zegt. Ik wil ALLES.

Natuurlijk blijf ik trainen om mijn stembanden in goede conditie te houden. Om de dreun die ze met de geboorte van de tweeling gehad hebben weer ongedaan te maken. Ik heb geleerd waar ik precies op moet letten en ik let daarop. Maar wat hoor je als je me hoort zingen met mijn band Equisa? (mocht je dat zelf willen bepalen, zoek dan op youtube ‘petra honing equisa’)

In de bijscholing Complete Vocal Technique had ik een lied van Equisa meegenomen. Joosje (Jochems) wees op het schema aan wat ik aan stemfuncties gebruikte tijdens het zingen en haar vinger vloog werkelijk over het schema.

Ik WIL alles, ik DOE alles en in veel van mijn songs, hoor je alles ook voorbij komen. Omdat het lekker voelt. En zing ik hetzelfde lied morgen, dan zing ik het weer anders. Om dat ik niet meer denk aan hoe het moet, maar doe wat ik voel.

Hoe irritant mijn peuter soms is, ze snapt de essentie.

Raar volk.

Mijn man is gitarist. Voor de mensen die het nog niet weten: hij heet Sebas, is goddelijk knap, ook lief, een geweldige vader. Ik ken hem al tien jaar en een beetje en we zijn al bijna tien jaar lang en gelukkig aan het leven, zoals onze 3-jarige dochter Sarah zegt. Maar ik ben als eerste verliefd geworden op zijn gitaarspel. Heavenly heette het liedje, een instrumentaaltje. En ik leerde het kennen toen ik overwoog zijn toenmalige band Galanor (het huidige Equisa) op auditie te vragen. Ze zochten een zangeres.

Gitaristen zijn doorgaans best leuke mensen. Ik zal even verduidelijken: op het conservatorium was het al duidelijk dat elk instrument een eigen karakter had. De term ‘strijkers zijn zeikers’ bijvoorbeeld. (euhm, ik heb daar natuurlijk absoluut geen mening over 😉 ) Maar de blazers waren de gezellige, ‘bier drinkende’ kletsers. Drummers zijn duizendpoten, ze lijken vaak van elk instrument wel wat te weten, wat heerlijk is in een band. Een drummer legt je tapijt en heb je een goede drummer die zich bewust is van de rest van de band, dan hoeft de rest eigenlijk maar half zijn best te doen, omdat de drummer zoveel draagt.

Gitaristen zijn echt anders dan bassisten. Meer voorop. Uitgesproken. En gitaristen zijn leuk. Ik zal dat ook even verduidelijken: ik ben zangeres. Zangeressen zeuren. Altijd maar excuses maken voor waarom ze op dat moment niet optimaal zullen presteren, om vervolgens de sterren van de hemel te zingen. En zich dan achteraf op de kop te slaan voor die drie scheve noten die ze – naast 3000 prachtige – gezongen hebben. Super kritisch. Naar zichzelf en elkaar. Ik merk het ook op fora. Vocalistengroepen op facebook bijvoorbeeld.

Geen vocalist is leuk en complimenteus naar een andere vocalist. Ik weet niet wat dat is. Als ik wel eens meekijk met Sebas op een vergelijkbaar gitaristenforum, dan zie ik het daar draaien om elkaar inspireren. Kicken op wat de ander weer uitgevogeld, of uitgeprobeerd heeft. Goede ideeën zijn daar wat het zijn: goede ideeën. Waar mensen enthousiast over zijn en mee aan de slag gaan en hier trots op zijn. Openlijk blij zijn dat ze weer wat van elkaar geleerd hebben. En Sebas is dan trots dat iemand zijn idee of gedachte tof vindt.

Dat inspireert en triggert elkaar om weer een stapje te groeien. Heerlijk toch?

Wat is het dan toch met die vocalisten dat dat niet gebeurt? Zo’n forum is een overzichtje van opmerkingen van mensen. Een overzicht van cursussen die collega’s geven. Heel soms iemand die iets persoonlijks op zanggebied deelt. Maar vooral nul interactie en vooral geen likes, hartjes en complimenten. Of erkenning. Wel regelmatig kritische noten. En dat met bijna 2000 leden!

Is het een concurrentieding? Zien wij – vocalisten en docenten – elkaar als concurrent? In plaats van inspirator? In mijn ogen kun je in ALLES wat je doet alleen maar jezelf zijn. Ik heb ook regelmatig geprobeerd iemand anders te zijn. De kosmos ondersteunt dat gewoon niet. En in die zin geloof ik ook niet in concurrentie. Mensen hebben les van mij, omdat ik ze weet te inspireren. Een trapje hoger qua zangtechniek, doordat mijn uitleg aanhaakt. Een stukje vrijer als persoon, omdat mijn visie op het leven uitnodigt tot vrij. Vertrouwen.

Omdat je nou eenmaal alleen maar jezelf kunt zijn en dus nooit bang hoeft te zijn. Want je bent jezelf. Vet tof en wat mij betreft alle reden om wel complimenteus te zijn! Zingen is het persoonlijkste wat je iemand kunt geven. Als je het om de juiste redenen doet (en omdat je manager veel geld aan je verdient en je een mega schadeclaim aan je broek krijgt als je niet al je concerten zingt, vind ik niet onder die noemer vallen) kun je het niet fout doen. Dan geef je een kadootje, wat niemand anders ooit zou kunnen geven!

Een nieuwe taal leren.

In de schoolbanken

Inmiddels al heel wat jaren geleden ontdekte ik Complete Vocal Technique. Na een cursus en zangles van verschillende CVT-docentenvolgens en het grondig bestuderen van het boek, snapte ik de taal en kon ik ermee werken. Het ‘reguliere’ jargon, wat vooral gebruik maakt van de latijnse en nederlandse namen voor delen van je lijf en specifiek het strottehoofd, was me ook bekend. Na de bijscholing van Joosje (Jochems) onlangs, was het me allemaal nog veel duidelijker.

In de lessen die ik zelf geef krijg ik te maken met blanco vocale blaadjes en reeds beschreven blaadjes. In beide gevallen is het belangrijk snel elkaars taal te snappen. Sommige mensen weten nog helemaal niks van wat ‘daarbinnen’ gebeurt en sommigen weten al best veel. Meestal weet ik redelijk snel woorden te kiezen die men snapt, zodat men snel merkt dat de gevraagde verandering ook verbetering brengt. Daarbij ben ik absoluut geen technische docente. De dingen die ik vraag zijn regelmatig via een omweg, omdat de gewenste klank bij veel van mijn leerlingen niet komt, vanwege andere issues dan zangtechnische. Faalangst is niet voor niks mijn hobby.

Vandaag zat ik aan de andere kant van de piano. Ik was ontzettend de leerlinge. Het vertalen van wat de docent zei naar taal die ik al wel ken en gebruik was echt teveel gedoe voor de situatie. Er werd enorm veel informatie aangeboden en de enige manier om deze te blijven volgen, was om echt met mijn hoofd bij het verhaal te blijven. En dus te proberen te snappen en verwerken wat er gezegd werd, in plaats van het te vertalen naar wat ik al wel weet.

Man, wat vind ik mijn leerlingen knap! Dat ze week in week uit, gewoon uitproberen wat ik ze probeer mee te geven. Dat ze mij zo vertrouwen dat ze het überhaupt proberen. En dat als ze het in deze week niet snappen, ze het volgende week gewoon verder proberen.

Vandaag kreeg ik een nieuwe taal te leren. Natuurlijk had ik mijn voorwerk gedaan en heb ik het boek en de voorbeelden bestudeerd. Ik dacht het te snappen. De workshop van vandaag had als titel ‘belten to the max’ en mensen die mijn band Equisa kennen, weten dat dat wel mijn ding is. Nou, vandaag was ik een beginner. Zoeentje die eerst het voorbeeld drie keer ‘fout’ volgt en dan pas snapt wat ze nou bedoelen. Gewoon omdat ik de taal nog niet zo goed spreek. Zoals mijn leerlingen, hun eerste lessen.

Even een kleine toelichting. Anderhalf jaar geleden is onze tweeling geboren. Tobi lag de hele zwangerschap dwars en bleef dat tijdens de bevalling doen, met als gevolg een spoedkeizersnee. Daarbij is een tube door mijn stembanden gegaan en die heeft waarschijnlijk wat teveel opgerekt in mijn strot, waardoor mijn stembanden niet optimaal meer sluiten.

Toen ik merkte dat ik eigenlijk niet meer mijn oude manier van zingen terug kreeg, wat voor mij inhield: de juiste toon en intentie denken en gas geven, heb ik hulp gezocht bij Alberto (Ter Doest). Hij legde heel snel de vinger op de zere plek en met wat oefeningen, kreeg ik al heel snel resultaat. Deze oefeningen waren er echt op gericht om alle manieren van compenseren – ik kan bijvoorbeeld erg goed krachtpatsen en door de toon ‘heen duwen’ – er weer uit te krijgen. Te starten met een optimale balans tussen ademstroom en ademdruk. (wil je precies weten hoe dat zit, kom dan gezellig even les hebben)

Deze dag was gericht op belten: hard en hoog zingen. In CVT doe je dat met overdrive en edge, waar veel twang bij komt kijken. Bij Universal Voice gebruik je voor de lagere stukken modus 1 en ergens rond een b’ (oude stijl) kom je in modus 2. Ook daar gebruik je veel twang, maar dat wordt dan weer niet zo genoemd. Bij CVT begin je ook in modus 1 en glij je naar modus 2, maar daar hebben ze het daar niet over. Taal dus 🙂 Wil je precies weten hoe dit allemaal zit, kom dan trouwens even wat les nemen.

Je gaat bij Universal Voice vooral aan de slag met oefeningen die je stembanden in de juiste positie zetten. Vervolgens plak je daar een klank aan vast en die ga je oefenen, om het zo ontspannen mogelijk voor elkaar te krijgen. Pas daarna ga je ermee op woorden zingen.

Er is in mijn geval geen enkele ruimte om te smokkelen. Elke compensatiemethode die ik mezelf eigen gemaakt heb, wordt meteen ontmaskerd. Helemaal terug naar de bron: mijn stembanden.

Ik heb me naakt gevoeld. We werkten in een groep, waar iedereen om beurten de gegeven oefening moest zingen. Ik heb gevoeld hoe mijn hartslag versnelde bij elke beurt die geweest was. ‘Nog drie mensen, nog twee, nog een, ik moet het wel goed doen, ik ben tenslotte zangdocente en ik zing al zo lang en heb al zoveel les gehad’…. Om het natuurlijk helemaal niet ‘perfect’ te doen. En zo de perfecte tips te krijgen voor mijn – op dit moment niet in perfecte staat zijnde – stembanden.

Dus: dankjewel voor het vertrouwen dat jullie in mij stellen, pupillen! Ik doe heel hard mijn best jullie te zien en horen en de beschikbare informatie op gebied van stembanden in jullie lessen te verwerken. Ik vind het eng om leerling te zijn. Ik realiseer me heel goed dat dat voor jullie ook eng is.

Bijscholing!

Ik heb een nieuwe hobby: bijscholing! Echt. De wetenschap zoeft. Er is zoveel nieuws bekend over hoe zingen werkt, hoe je hele lichaam werkt en hoe meer ik leer, hoe meer ik nog wil weten.

Er zijn op dit moment twee methodes waar ik blij van word. CVT (Complete Vocal Technique), jep, nog immer, want dat staat maar niet stil. Je zou denken dat ze daar in Kopenhagen alles al hebben onderzocht en alles al weten, maar ook daar ontdekken ze nog steeds van alles. En Universal Voice. Een methode die doorborduurt op EVTS, wat na de dood van de oprichtster Jo Estill wat stil is komen te liggen. Alberto ter Doest heeft de Universal Voice Guide geschreven en ik ben fan! Fantastische docent ook, van wie ik nog graag verder leer! Beide methodes komen trouwens uitgebreid aan bod in mijn nieuwe cursus: Voice-lab!

Het zijn methodes die erg concreet werken. Als je dit geluid wenst, moet je dit doen/denken/voelen. Ik hou ervan.

Op het conservatorium heb ik heel anders les gehad. Verder dan ‘mond open, resoneren en articuleren met vooral heel veel ademsteun’ kwamen we niet. Ik had destijds geen flauw idee wat ik precies deed. Ik onthield braaf waar mijn docenten van zeiden dat het goed was en ik haalde een keurige 8 voor mijn eindexamen. Ik besloot al snel dat ik dat anders ging aanpakken. Ik heb ongelofelijk veel zelf uitgezocht. Gewoon door het principe te volgen dat als het geen pijn doet, het geluid dat ik maak geen kwaad kon. Kort door de bocht, maar dat principe is ook na alles wat ik van andere docenten heb bijgeleerd overeind gebleven.

Alles wat ik buiten het conservatorium deed kon sowieso de goedkeuring van mijn docente absoluut niet wegdragen. Ik zong graag musical, rock en metal. Hard en hoog met mijn borststem. Daarvan zou mijn stem in no-time kapot gaan. Ik vond dat wat dubieus, aangezien bijvoorbeeld Bruce Dickinson toch al heel wat jaren zo zong en het tot aan het eind van de tours gewoon bleef kunnen. Het moest dus wel mogelijk zijn. En daarbij, het is gewoon verslavend. De energie! De ene week lijk je die hoge noot nooit te kunnen raken. De week erop raak je hem per ongeluk en wat uren oefenen later, lukt ‘ie expres. Tien keer! Echt, de high daarvan heeft gezorgd dat drugs nooit mijn interesse hadden. Muziek werkte prima! Stelde ik over die manier van zingen vragen aan mijn docente, dan was het antwoord kort: ‘dat doen we hier niet en het is slecht voor je stem’. En ‘je kunt geen twee meesters dienen’. Het was of klassiek, de opleiding die ik deed, of ‘dat andere’. Wat ik gek vond, aangezien je het met hetzelfde deel van je lichaam maakt. Je stembanden.

In mijn eerste jaar had ik Pfeiffer. Ik mocht dat jaar over doen en op advies van mijn docente heb ik alle bands die ik had stop gezet. Mijn liefde voor zingen ging evenredig snel naar de knoppen. En toen ik in een recalcitrante bui toch ineens vier bands tegelijk had, in het genre waar ik wel blij van werd, kreeg ik na een week of drie bandrepetities de opmerking van mijn docente: ‘he, het gaat eindelijk weer lekker met je stem’. Toen wist ik zeker dat de opmerking dat je stem daar kapot van zou gaan op helemaal niks gebaseerd was. Ik zing nog steeds zo en mijn stem doet het nog steeds. Bruce Dickinson doet het ook nog steeds en hij is 20 jaar ouder dan ik. Dus ik doe dit nog minstens 20 jaar!

Ik heb altijd een haat-liefde verhouding gehad met het fenomeen zangtechniek. Te vaak kom ik mensen tegen die gewoon geen muziek-les gehad hebben. Die zich blindgestaard hebben op de technische snufjes en van wie de docent vergeten is dat je ook gewoon lekker moet zingen in een les. Die zelfs helemaal dichtgeklapt zijn, omdat de ademsteun niet was wat de docente wilde zien en ze daar dus op zijn blijven steken. Denkende dat ze er echt niks van bakten. Ik vind dat pure leerlingmishandeling. Lukt iets drie keer niet, dan laat je het gaan en pak je het later via een andere weg terug. Ik kijk er ook nog steeds van op wat mensen zich laten aandoen door docenten. Het is simpel: als iemand jou niet in zeg, tien lessen, een stuk verder brengt. Verder waarvan je zelf voelt dat het lekkerder gaat. Dan zeg je die docent vaarwel en ga je verder met iemand die wel met jou klopt. Het blijft mensenwerk. Je moet elkaars taal een beetje snappen. En het is nou niet echt gratis, of bijna gratis. Muziekles is duur. Dus verwacht daar wat voor terug!

Ik blijf – ook na het leren van de technische kant en het ervaren dat techniek je echt wel ondersteunt in het uitdrukken van wat je muzikaal wil zeggen – van mening dat het geen hoofdzaak is. Hoofdzaak is zingen. Geluid maken. Herrie maken. Ruimte innemen. Leren weten wat je wil. Pas als je weet wat je wil gaan zingen, zijn er technische handelingen mogelijk die ondersteunen wat je wil gaan doen. Techniek blijft bijzaak.

Wat mij er niet van weerhoudt exact alles wat er mogelijk is zelf te willen kunnen. Ik zit dus in de zomervakantie gezellig een hele week in Kopenhagen om de nieuwste snufjes en wetenschappelijke ontdekkingen in het zanghart van Europa, namelijk het Complete Vocal Institute, in mij op te nemen. Vijf zangdagen van tien tot vijf. Alleen maar bezig zijn met het perfectioneren van de kunsten die mijn stembanden al beheersen. Eindelijk eens echt goed alle effecten doornemen, op zo’n manier dat ik ze ook aan mijn leerlingen kan leren. Ik heb er echt zoveel zin in!

Maar eerst nog even een dag Belten to the max, op de manier van Universal Voice! Dan nog drie dagen Thetahealing, omdat die faalangst gewoon geen plaats hoort te hebben als het gaat om muziek maken. En een cursus werken met klankschalen, omdat alles nou eenmaal trilling is en die klankschalen heerlijke helende trillingen brengen.

Snoepwinkel.

De chaos! De tweeling is anderhalf nu en Sarah drieënhalf. De tijd van koude thee en lauwe koffie (want die heeft echt meer prioriteit na aanschaf van een machine die goddelijke koffie maakt) is nog niet voorbij. Het komt regelmatig voor dat ik me ruim na het ontbijt realiseer dat ik mezelf vergeten ben. Dan smeer ik een boterham voor mij en net wanneer ik klaar ben, is ook een van de kinderen klaar en dan geef ik ‘m maar weer weg. Hoe het kan dat dat ook rustig gebeurt wanneer ik van tevoren zes boterhammen gesmeerd heb voor die hongerige wezentjes, is mij een raadsel.

In dit gezin is tijd een dingetje. Er is gewoon zo ontzettend weinig van. Ja, ik hou van mindfulness. Nog steeds. Ik kan doorgaans prima accepteren dat het is zoals het is. Zonder oordeel kijken. En zonder oordeel gruwelijk balen dat er maar zo weinig tijd is.

Ik leef namelijk in een snoepwinkeltje. Ik volg graag van die online dingetjes van zakenvrouwen die het gemaakt hebben. Alternatieve therapeutes die de waarheid verkondigen en menen de sleutel van een waar en gelukkig leven te hebben.

Maar elke keer als ik dan weer iets lees of zie of hoor herken ik weinig: livin’ the dream hier. Ik doe werk wat ik met zoveel liefde doe dat ik het nog nooit als werk gezien heb. Al die bijscholingen en cursussen die ik gevolgd heb zijn even zo makkelijk weer meegestroomd met wat ik al aan het doen was. Alles is trilling en wat is het summum van heerlijke trilling: muziek! Mijn hart en ziel in wat ik doe. Dus ik hoef niet gefixt te worden. Ik hoef niks aan te passen om een burnout te voorkomen.

Ik wil alleen zoveel!!! Met de opleiding tot sensi-therapeute, wat al jaaaaaren geleden lijkt, maar nog maar nauwelijks vijf jaar geleden is, is er iets in mij wakker geworden. Toen ik mijn eerste Quantum Touch cursus volgde, is dat kleine vlammetje minstens een bosbrand geworden en mijn honger naar leren is enorm. Zeker nu ik echt helemaal ontzwangerd ben en ik mijn mateloze energie van voor Sarah weer terug heb.

Op dit moment staat er een heerlijke kop kruidenthee naast me. Gemaakt met vers geplukte kruiden, waarvan ik ook nog weet dat ze je lever helpen om je lijf lekker schoon te houden. Gevolg van een kruidencursus waar ik nu mee bezig ben.

Joosje Jochems, een van de beste zangeressen die ik ken, geeft in april een opfriscursus CVT en jawel, ik ben erbij! In mei ga ik mijn eerste level Thetahealing cursus doen. Ondertussen heb ik zangles van Alberto ter Doest – echt, wat een opperdocent, ik ben fan!!! En ik ga bij hem de opleiding tot Universal Voice Master volgen komend schooljaar. Mijn verlanglijstje is vele malen langer, maar ik wil ook de beste mama voor mijn kinderen zijn en een leuke vrouw voor mijn fantastische man.

Het leven is een snoepwinkeltje! Ik hoop zoveel mogelijk mensen te laten meegenieten!!

 

Petra.

Lola

Therapeuten hebben ook euvels. Geloof me. Meestal merk je dat niet, omdat ze zoveel weten van dat waar jij voor komt. Of heel goed kunnen doen alsof ze zoveel weten. Of heel goed kunnen doen alsof ze geen euvels hebben. De reden dat ik zoveel weet van faalangst en aanverwante angsten, is omdat ik er zelf meer last van gehad heb dan ik bij de gemiddelde cliënt tegenkom.

Ik heb twee weken geleden een paard gekocht. Gewoon omdat het er weer tijd voor was. Ik heb vier jaar geleden mijn paard Sjuul verkocht vanwege de zwangerschap van Saar en dat bleek een prima zet. Ik heb vier jaar niet paardgereden, of überhaupt gelegenheid gehad om paard te rijden met al die zwangerschappen. Elk jaar krijg ik van Sjuuls nieuwe mens een paar foto’s, waarop hij heel gelukkig kijkt. Ze is minstens zo dol op hem als ik en waar hij met ons andere paard echt niet graag in de wei stond, heeft hij nu een hele lieve vriendin van hetzelfde merk.

Toen ik een paar weken geleden besloot dat ik weer een paard wilde, was het eigenlijk zo gedaan. Ik wilde géén Fjord, want dat was Sjuul ook. En ik wilde géén merrie, want die hebben last van wisselende hormonen en dus humeurtjes. Geen zin in. Aangezien de kosmos het woord ‘niet’ niet in het vocabulaire heeft, heb ik nu dus een Fjordenmerrie. Lola. Liefde op het eerste gezicht. Ik kan niet anders zeggen.

Mijn ervaring met dat soort overhaaste beslissingen – ik ben geen tweede keer gaan kijken, ik heb maar kort in de rijbak op haar gereden en meteen besloten dat dat haar moest worden – is dat het je iets gaat leren.

Op de eerste buitenrit was het raak. Ze wil snel. Ik heb expres een ouwe sok van 23 jaar gekocht om op omawijze lekker in het bos te hobbelen en er is niks oma aan Lola. Ze is een jeugdige deerne, duidelijk héél blij om in het bos te mogen zijn en ze kijkt haar ogen uit. En wil heel snel naar die volgende bocht om te zien wat er te zien is.

O mijn hemel!

Ik had geen controle. Voor mijn gevoel dan. Want heel analytisch gekeken deed ze echt niks meer dan snel lopen en wat ongeduldig zijn. Ze schrok nergens van. Ze maakte geen rare bewegingen. Maar ze drukte mijn knoppen in. Die waarvan ik dacht dat ik ze al lang kwijt was. Onschadelijk gemaakt door lessen die ik al lang geleerd heb.

Ik voelde me machteloos. Zo machteloos dat ik afgestapt ben en het gevecht op de grond maar verder gevoerd heb. Want een paard is een spiegel. En Lola is een dame van respectabele paardenleeftijd die besloot dat als ik dan niet óverduidelijk de leider ging zijn, zij dat wel even zou doen. Concreet: zij wilde voorop lopen en wilde het liefst door mij heen. Ik heb letterlijk moeten vechten voor mijn plek. Ik heb met mijn staart gezwiept dat het een lieve lust was. En ik weet genoeg van paarden dat je je plek écht niet op kunt geven, want dan heb je een probleem. Ik heb dus de hele terugweg gevochten. En dat gevecht is in mijn hoofd gaan groeien tot het punt waarop ik mijn oude tactiek wilde inzetten: wegwezen!

Maar ik heb wel geleerd van vorige knopjes die ingedrukt zijn. Ik heb vooral ook heel veel geleerd van leerlingen en cliënten die bij mij komen met hetzelfde euvel.

Als mijn knopjes ingedrukt worden, kan ik dat ook gaan onderzoeken. Als mijn paard mijn spiegel is, kan ik misschien wel heel erg veel leren. En dingen leren is niet persé altijd leuk. Het is confronterend. En je wordt gedwongen eerlijk te zijn. Eerlijk zijn is het engste wat er is. En het bevrijdendste. Als je durft te zien wat er is, kun je gaan kiezen: hou ik dit, levert dit mij iets op? Of kies ik iets anders?

In mijn geval is vechten voor mijn plek een hele dikke rode draad in mijn leven. Ik ga deze knopjes vol goede moed onschadelijk maken, met hulp van mijn spiegel:

 Lola.

Vocale CPU – zingen en opgroeiende kinderen.

Vocale CPU.

CPU is een computerterm: Central Processing Unit. Hoe meer CPU, hoe meer taken je computer tegelijk kan uitvoeren. Weinig CPU leidt tot vastlopen, niet of incorrect uitvoeren van taken, frustratie van de gebruiker.

Wat heeft dit met zingen te maken?

Wel. Ik merk in mijn praktijk dat er regelmatig dingen van opgroeiende kinderen verwacht worden die niet redelijk zijn. Zingen is complex. Complex met een hoofdletter C zelfs. Dat vergt een CPU dat opgroeiende kinderen nog niet hebben. Om een gewenste klank op een gewenste toonhoogte, met het gewenste volume en de gewenste intensiteit ten gehore te brengen, is veel hersenactiviteit nodig, welke leidt tot aansturen van de juiste spieren in het lichaam. En als dat goed gaat, hoor je iemand prachtig zingen.

Ik ga even in vogelvlucht door die activiteiten:

Fysiek: Je ademt in, nadat je voldoende uitgeademd hebt (iets wat nogal eens vergeten wordt!). Dit moet niet teveel zijn, want dan sta je op klappen, maar ook niet te weinig, want je wil je eerste zin wel graag doorkomen zonder blauw aan te lopen. Gedoseerd dus, met een goede inschatting van de hoeveelheid adem die je ongeveer nodig gaat hebben voor het te zingen stukje.

Dan stuur je die adem gedoseerd naar je stembanden die je aanspant op de manier die past bij de sfeer en het volume van wat je te zingen hebt. Spieren die je stembanden aansturen, dienen uitsluitend dát te doen: de klank moet vrij kunnen stromen. De klank die je maakt, reist vanaf je stembanden door de holtes van kaak en mond om bij je lippen de uiteindelijke vorm/klank te hebben. ALLES wat je doet (met je tong, je kaak, je gehemelte en strotklepje etc..) heeft invloed op je klank.

Om te maken wat je wilt maken aan geluid, de klank, het volume, de intensiteit, de woorden, de toonhoogte en wat je maar kunt verzinnen dat bij zingen hoort, moet je een goed voorstellings- en zelfreflectief vermogen hebben. Je moet kunnen nadenken over de vraag: doe ik wat ik dénk dat ik doe? Klinkt wat ik zing zoals ik bedoel dat het moet klinken? Wat zou ik willen veranderen? Hoe zou ik dit kunnen veranderen? Dat zijn behoorlijk volwassen vragen. En dan laat ik het fenomeen faalangst en prestatiedrang nog buiten beschouwing. Zingen is ook een psychologische uitdaging!

Ik heb in mijn jaren als zangdocente al heel veel kinderen ook tijdens de puberteit op les weten te houden. Gelukkig! Want als je stem verandert – en dit gebeurt bij meisjes net zo hard als bij jongens – is het maar al te verleidelijk om een veiliger passie te kiezen. Bij zingen sta je naakt. Je bént het instrument, in plaats van dat je een instrument hébt.

Jonge kinderen ontwikkelen zich in golven. Onderwijsvormen zoals het antroposofisch en Montessori onderwijs, zijn volgens dat principe ingedeeld. Veel reguliere vormen van onderwijs niet. Je hebt als kind maar gewoon je huiswerk te maken. Taal, wanneer je eigenlijk even het liefst de hele tijd met cijfers zou willen toveren en rekenen, wanneer je het liefst de hele dag zou willen lezen en schrijven. Hersenen kunnen daar niks mee! Ik durf dat systeem pure kindermishandeling te noemen.

Hersenen bestaan uit heel veel delen die allen een klein stukje van ons zijn beslaan. Bij een opgroeiend kind heeft dan weer het gedeelte dat graag rekent een groeispurtje en dan weer het gedeelte wat met taal te maken heeft. Wanhoop niet, doorgaans zijn die hersenen op je 25e wel af en zijn alle te ontwikkelen gedeeltes prima gelukt.

Juist vanwege de golfsgewijze ontwikkeling van die stem, kun je van kinderen tot 15, 16, 17 helemaal niet verwachten dat alle kwartjes vallen. En dat ze alle dingen die ze leren, allemaal tegelijk op elk gewenst moment in kunnen zetten. Elk kwartje dat moet vallen kun je apart trainen. Ik besteed in de lessen aandacht aan alles wat ik kan bedenken: van adem tot wat je met je strot kan, van theoretische dingen, tot puur voelen en van zingen tot filosofie.

Je hoort als geroutineerd docent aan je jonge(re) leerling te merken (of je vraagt het gewoon) waar op dat moment de ontwikkeling zit die vraagt om voeding. En voeding is ook gewoon enthousiast zijn over alles wat al lukt. Ookal zijn er dingen die op dat moment niet lukken. Die komen wel wanneer dat stukje ontwikkeling aan de beurt is. Ik zal NOOIT een hele les besteden aan dat éne dingetje wat maar niet op zijn plek wil vallen. Valt het kwartje na drie keer proberen (met uitleg van mij uiteraard!) nog niet, dan is het er de tijd niet voor.

Uiteindelijk – na die eerste puberjaren, waarin het ineens ook nog eens heel belangrijk wordt wat anderen van je denken en of je wel voldoet aan vermoedelijke verwachtingen van anderen – vallen alle kwartjes die je er als zangdocent(e) in de loop van de tijd ingegooid hebt, allemaal tegelijk. En dat is mágisch!

Neem een aantal dingen van me aan:

In de puberteit ga je vals zingen. Of je jongen of meisje bent, je ontwikkeling gaat in golven. De ene week klink je als een klokje en dan BAM! Er is maar één oplossing: blijf zingen alsof er niks aan de hand is. Je spieren die nou eenmaal millimeterwerk moeten verzetten om te zingen, moeten de nieuwe afstemming vinden. Hoort erbij. Laat je niet gek maken!

Het gaat over. Het komt goed. En wat er dan aan stemgeluid tevoorschijn komt, had je niet kunnen dromen toen je nog jonger was! Beloofd!

Blijf terug gaan naar waarom zingen zo leuk is. Niet om het presteren, maar om de fijne gevoelens die erbij komen kijken. Omdat je heel graag liedjes van je favoriete artiest zingt, omdat je het verhaal dat iemand vertelt in een lied herkent en ook wil vertellen. Omdat je zelf graag liedjes schrijft. Het maakt niet uit. Blijf je altijd bewust van hoe LEUK het is om te zingen. Zelfs van vals zingen krijg je lekkere feel-goodstofjes in je lijf. Zing door en hou je niet in!

Voor ouders: geef NOOIT negatieve feedback. NOOIT! In de ontwikkeling hoort af en toe scheef gaan erbij. Dat mag nooit reden zijn om commentaar te geven. Geef ook geen overdreven complimenten. Zoon- of dochterlief weet het heus wel wanneer het eens niet zo lekker klonk. Ongefundeerde complimenten zijn net zo schadelijk als negatieve feedback: je wordt niet serieus genomen. Wil je er als ouder iets over zeggen, maar weet je niet wat? Probeer eens een vraag: wat vind je er zelf van? Hoe ging het? Vond je het leuk om op te treden? Of als het echt niet zo goed ging, benoem dan dat kleine dingetje dat wél goed ging. Dat Junior niet opgaf. Of er mooi uitzag. Maar ben eerlijk zonder negatief te zijn.

 

Petra Honing.